Column Beurskens: Het geluk van de Christen

schilderij Rembrandt van Abraham die zijn zoon Isaak wil offeren.Vandaag hebben we de kerstboom afgebroken. Vroeger vond ik dat een deprimerende dag. De graue Altag begon weer. Vakantie was nog veraf. Mijn werk is dan stervensdruk. Veel scheidingen komen op gang tijdens de feestdagen, zo was er op de radio. Dit soort trends hebben een weerslag op mijn beroep. Rondom de grote feestdagen heeft de dokter extra veel te doen.
De mens zoekt dan wat en meestal ging ik enkele dagen weg. Vertier moest er toch zijn. En soms werd het een beetje rekken van Kerstmis. In New York liep ik een keer in het museum uit bij een enorme Napolitaanse kerstboom en kerststal uit de negentiende eeuw. Aandoenlijk pastoraal, zoals hij daar stond te tingelen in de grote wereldstad. Een ontroerende oase. Het was op een zondagmiddag en iedereen had het gezien. De mensen stonden er met open mond naar te kijken. En in Rome waren er ooit nog alle kerststallen in de kerken en op het Sint Pietersplein. Het is voor de mens die van kerstmis houdt een echte pelgrimstocht.
Tegenwoordig heb ik zoiets niet meer nodig. Wel vind ik het fijn om de stilte op te zoeken, want, zoals gezegd, heeft de dokter het rond Kerstmis net zo druk als de pastoor. Degenen die in de kerk afwezig zijn, zitten bij de dokter. Kort door de bocht, ik geef het toe, maar er zit veel in. In de apotheek was het op de dag vóór Kerstmis zó druk, dat bij de meesten pillen wel het kerstmenu gevormd zullen hebben. Men gaf mij te verstaan, dat het ook hamsteren was voor het komende jaar, als de eigen bijdrage begint. Volgens mij maakt dat het er niet veel beter op. De pastoor klaagde erover, dat er aan zijn Heiligenabend niet veel heiligs was geweest. Hij had missen gedaan van vier uur ‘s middags tot half twee ‘s nachts.
Thuis zeg ik tegenwoordig, dat het afbreken van de kerstboom ook een feest is, want dan komt Jezus vanuit het kribje in ons hart. Mijn eigen Driekoningen dus, de verschijning des Heren aan de wereld. Het afbreken van de kerstboom is mijn Epifania. Mijn kleine neefje van bijna vijf is op bezoek en hij hoort het. Morgen gaat hij naar het uitroepen van de prins Carnaval, want Carnaval valt vroeg dit jaar. Hij denkt dat ik een goede prins zou zijn, want ... Wim is toch al maf.
Jezus in ons hart. Maar daar komt wél wat bij kijken. Over bezit zegt Jezus bijvoorbeeld ... van geven word je rijker. Als je van geven armer wordt, dan is er iets mis met je geven, namelijk de lol aan het offer. De echte filantropen zeggen het ook ... van geld kom je niet af. Van alles wat je geeft krijg je weer een hele hoop terug. Bill Gates zal het niet op krijgen, ook al is hij nu filantroop geworden. Maar ook de arme mens wordt rijk van het afgeven. Iemand die de geest van het offer niet kent, wordt nooit verlicht ... zegt de Bhagavad Gita.
De heiden ziet het offer als iets negatiefs. Het heeft met lijden te maken. Hij geeft iets af, wat hij eigenlijk graag zou houden en niet meer terug krijgt. De heiden moet zich altijd amuseren en rent daar alles voor af. Hij moet het allemaal zelf regelen, hij moet er vaak heel hard voor werken en er ook zinloos voor lijden. Bij al die ellende pepert Jezus het hem dan nog eens goed in ... wie het leven bemint, zal het verliezen ... en ... maar hij die niets heeft, hem zal nog worden ontnomen dat wat hij heeft. En zo komt het, dat de hulpverleners overlopen worden, want wie bereikt er nu wat hij wil? En zelfs dus als je bereikt wat je wil, kom je evengoed bij de dokter terecht.
De Christen wordt door zoiets gelukkig allemaal niet geplaagd. Hij wordt altijd geamuseerd, hij hoeft niets zelf te regelen. Hij moet er vaak hard voor werken, maar door een bepaalde wending in zijn denken vindt hij dat nog leuk ook en zinloos lijden komt niet voor. Van de kerk moeten we elke dag feesten. Elke dag wordt er wel wat gevierd. Zelfs als de kleur in de mis rood is. Dan gaat het over een martelaar. En dat is juist nog extra een feest. Merkwaardig is zoiets niet alleen een feest voor de kerk nu in deze tijd, maar het was het ook voor de martelaar zelf. Stefanus zag de hemel opengaan, toen hij gestenigd werd.
Lol aan het lijden, driewerf nee. Het lijden opzoeken, nog erger. De mens is voorbestemd om gelukkig te zijn, ook in dit leven. En de grootste mensen hebben dat ook zo ervaren. Er bestaan geen ongelukkige heiligen. Van de kerk moeten we iedere dag gelukkig zijn. Maar daar hoort dan wel het offer bij. Het offer hoort bij de mens, die leeft in geloof, hoop en liefde. Tot het leven in de ruimte met deze grootse coördinaten is alleen de mens in staat. Dat is de dimensie, waarin het geluk van de Christen ontspringt. Het offer is de heraut, die de weg wijst tussen de coördinaten in deze hemelse ruimte. Maar het is er vaak ook al het toegangsbewijs van. Zoals de mens rechtstreeks wordt aangesproken bij het offer van Isaak door Abraham. Omdat gij dít gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet hebt willen onthouden ... zal ik U overvloedig zegenen ... zegt de engel van God tegen Abraham. Het echte offer leidt altijd tot nóg iets mooiers. Het geeft zelfs zin aan het zwarte. Het ergste is er nog niet tegen bestand, zo vertelt ons het verhaal van Abraham.
Het offer buiten deze ruimte heeft geen zin. En het offer met een andere bedoeling willen ze daarboven niet eens. De heiden kent het offer niet, tenzij het bijgelovige offer, maar dat is een ritueel van bezwering, en geen offer in Christelijke zin. En over dat soort offers van weinig waarde spreekt Jezus hier ook ... Ik wil liever barmhartigheid dan offers.
Er bestaat geen offer zonder geloof ... het offer zonder geloof heeft geen inhoud ... zegt de Bhagavad Gita. Het is dwaasheid. Je zou wel gek zijn. Maar de Christen moet zijn hele dagelijkse leven in dit licht stellen. Om een heel leven te wijden ... aan het offer is waanzin voor het verstand ... zegt Søren Kierkegaard, maar voor de Christen is het wél de enige weg naar orde. En de Bhagavad Gita zegt ... voedsel betekent leven voor alle schepsels en het voedsel komt door regen van boven ... het offer brengt de regen van de hemel ... het offer is heilige activiteit.
Het offer van Jezus aan het kruis was een Umwertung aller Werte. Sindsdien kun je op Hem vertrouwen bij alles wat je overkomt. Wees niet bezorgd voor je leven. Hij heeft een nieuwe wereld gemaakt, of beter gezegd, hij heeft de mens in staat gesteld de werkelijkheid te zien zoals ze is. De mens, die anders gedoemd is slechts de schaduwen in de grot van Plato te zien. Jezus, zoals we binnenkort zullen zingen in de vasten, was de janua caelestis, de toegang tot de hemel, want inderdaad, de mens die deze weg gevonden heeft, staat oog in oog met de hemelpoort, ook al in dit leven. Thomas à Kempis wordt niet moe om erover te spreken ... als je het punt hebt bereikt, wanneer moeilijkheden je licht en zoet toeschijnen om Jezus’ wil, dan is alles goed met je, want dan heb je de hemel op aarde gevonden.

En de Gita zegt hetzelfde ...

Bereid je voor op oorlog met vrede in je ziel. Ben in vrede bij genot en pijn, in winst en verlies, bij overwinning en als je de strijd verliest. In deze vrede is er geen zonde. De vrede van de ziel. Dat is het dona nobis pacem van het Agnus Dei in de katholieke liturgie. En Jezus ... en wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt zal het verliezen. En Wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.

Het leven vinden, dat is wel het grootste wonder dat een mens kan overkomen. Het is het geluk, dat iedere mens zoekt. Dat kan sinds Bethlehem. En de laatste post, die door de heraut van het offer wordt aangedaan, is die van de liefde. En dit is ook het ogenblik, dat het applaus van de hemelingen begint voor de mens van goede wil ... zoals Maulana Rumi zegt ...

My sad heart is a lively sacrifice to my Beloved.
I am enamoured of my own grief and pain,


For it makes me well-pleasing to my peerless King.

Philo van Alexandrië begint zijn zin met een zwaar accent, maar zij eindigt met dat waar het menselijk bestaan over gaat ... maar de prijs die ligt te wachten voor hen die Mij dienen om Mijnentwil is die van de vriendschap ... en dat is het mooiste wat er is voor de mens. Het is het offer, dat voert tot de Beminde. Kerstmis is oneindig te rekken. Nicht nur zur Weihnachtszeit ... schrijft Heinrich Böll. Voor de Christen is er nooit een graue Altag.