Column Beurskens: Profetisch getuigen

Misschien zijn er wel wat meer mensen in de kerk, maar probeer er toch maar een paar over te houden. De pastoor heeft het over Moederdag en over Pinksteren, want die vallen samen dit jaar. Alle vrouwen krijgen een witte roos mee naar huis, maar er zijn er misschien te weinig. In ieder geval geen roos aan mannen die er een vragen voor een thuis gebleven echtgenote. Had ze maar moeten komen. De katholieke oplossing die ik voorstel ... alleen aan moeders met drie of meer kinderen ... wordt verworpen. Uiteindelijk blijkt de kerk inderdaad vol te zitten en hebben we er te weinig. Maar de laatste vrouwen gaan met een manmoedig ...hoeft niet ... de kerk uit.
Het zat dus vol met Pinksteren bij ons. Het is het derde en laatste hoogfeest van het kerkelijk jaar. Ze gaan alle drie over Jezus. God zelf heeft geen hoogfeest. Hemelvaart ligt er zo’n beetje tussen in en Jezus zegt daar meteen bij ... Ik zal met U zijn tot aan het uiteinde der aarde ... en ... waar twee of meer bijeen zijn in Mijn naam ben Ik in hun midden. Jezus zal er dus toch zijn, altijd, waar we ook zijn. De groten van de geest uit de geschiedenis van de kerk worden niet moe te zeggen, hoe letterlijk dit genomen moet worden. Niet zomaar symbolisch. En in de katholieke liturgie vormt dit besef haar grondslag
Jezus is verrezen en met zijn hemelvaart verdwijnt zijn lichaam. Maar Hijzelf is gebleven. Dat wordt met Pinksteren gevierd. Er is het vraagstuk van het filioque ; of namelijk de Geest, de derde persoon uit de Drie-eenheid, nu alleen uit God of ook uit Jezus voortkomt. Grote breinen hebben zich er het hoofd over gebroken en concilies zijn erover gevoerd. Mij lijkt dat ook Jezus de Geest voortbrengt en net zoveel Geest is als God. Qui ex patre filioque procedit ... die ( de Geest) voortkomt uit de Vader en de Zoon. Als de Geest alleen uit God voortkomt, dan lijkt hij meer op wat de mens van God merkt dan op een zelfstandige persoon, zoals hij in de Drie-eenheid wordt genoemd. Het schisma van 1054 heeft juist het etiket van dit dilemma opgeplakt gekregen. Het verlenen van een goddelijke staat aan Jezus leverde dus allerlei moeilijkheden op.
De Moslim bijvoorbeeld kent al deze problemen niet. Die zal zeggen, dat hij alles met God zelf beleeft. Tussen Geest en God zal hij geen verschil zien. Hij zal zeker betwisten dat er iets aan zijn religieuze ervaring schort omdat hij Jezus alleen als groot profeet ziet, de aartsvader gelijk. Mohammed heeft nooit de status van Jezus gekregen. Hij is ongetwijfeld in het paradijs, maar hij doet niets meer. Dit verschil wordt in de christelijke wereld als wezenlijk gezien. De fout zit hem er niet in, dat de Christen wel of geen gelijk heeft. Het gaat erom dat deze vergelijking überhaupt wordt getrokken, en dan nog wel op het voertuig van de logica, terwijl het mysterie ons hier een eerbiedig zwijgen moest opleggen. Alleen, als het zwijgen de verhulling is van een superioriteitsgevoel van de Christen, dan moet er toch weer gesproken worden. En dan moet worden gezegd dat Pinksteren in alle andere religies ook terug te vinden is.
De kleur in de mis met Pinksteren is rood. Dat is niet alleen de kleur van het vuur van de begeestering, maar ook de kleur van het bloed. Als een martelaar herdacht wordt, is de kleur ook rood. Het woord martelaar komt van martyrium, getuigenis, een woord dat het Latijn uit het Grieks heeft overgenomen. Een martelaar heeft dus getuigenis afgelegd en heeft dat met zijn bloed moeten bekopen. Titus Brandsma trok tijdens de oorlog met de trein getuigend door Nederland en hij moest hierom sterven in Dachau. Dat is juist waar Pinksteren toe oproept. Het getuigenis dat de ware gelovige aflegt is een boodschap van vrede en liefde. Als hij het serieus aanpakt, leidt dit van de weeromstuit juist vaak tot het martelaarschap. In de hele geschiedenis van de kerk, te beginnen met de apostelen, is met hart en ziel spreken over deze boodschap levensgevaarlijk gebleken. Het rood van Pinksteren en het rood van de martelaar hebben dus eenzelfde bron. Het gaat over hetzelfde.
De pastoor zei vanmorgen nog dat Pinksteren het meest noodlijdende feest van onze tijd is. Dat is zeker zo. Maar misschien is dat wel van alle tijden. Je open stellen voor de geest van Pinksteren is het moeilijkste wat er is. Het vraagt een totale ommekeer en geloven in het onmogelijke. Gaan door het vuur voor de liefde, zoals in het bekende liedje ... Geest die vuur en liefde zijt ... De vurige tongen daalden niet alleen neer op het hoofd van de apostelen, maar ook op dat van iedere mens na hen. Niet alleen van de een of de andere profeet werd de tong aangeraakt door vurige kolen, maar de engel tast in de sintels voor elke mens. Net zoals de profeet wil hij dan tegenspartelen, maar uiteindelijk is er geen ontkomen aan. Sinds Pinksteren is iedere mens geroepen.
Eveneens voor de kerk zelf, als instituut, is het een moeilijk feest. Het vergt overgave, vertrouwen en geloof, terwijl de kerk toch graag de touwtjes in handen houdt. Juist misschien wel in deze tijd. Het gevaar is dat control de plaats inneemt van de Geest en tenslotte is die er dan niet meer. Want de Geest houdt niet van concurrentie. Net als de God van het Oude Testament: Hij is een jaloerse God. Je kiest voor de Geest of voor control. Allebei tegelijk gaat niet. Het gebed met allerlei voorbehoud wordt zeker niet verhoord. Een kerk die kiest voor controle en structuur maakt zichzelf tot een instituut, zoals alle andere instituten van de westerse wereld. Die moeten het ook allemaal hebben van control en contracten. Werkers in de gezondheidszorg schrijven zich suf in hun klappers en dan moet er nog gewerkt worden ook. Daar komen ze dan niet meer aan toe. Weg met alle papier en geloven in hetzelfde idee. Elkaar vertrouwen, dat is de geest van Pinksteren, maar wie durft dat nu nog aan?
Een katholieke kerk, die gelooft in de geest van Pinksteren, moet zich vooral niet aanpassen aan de westerse wereld. Aanpassen aan de tijd en met de tijd meegaan zijn drogredenen uit het Westerse denken zelf. De kerk zou bijvoorbeeld in de val kunnen lopen door op alle strijdpunten toe te geven aan wat de westerse wereld van haar vraagt. In zo’n onwaarschijnlijke loop der gebeurtenissen zou zij slechts vervallen tot de lege kerken van het liberale protestantisme en dat is een stuk leger dan de kerk nu al is.
De kerk denkt graag van zichzelf, dat zij het slecht doet in de westerse wereld omdat zij een boodschap brengt die het Westen onwelgevallig is. Feitelijk doet de kerk het slecht omdat zij nog te veel lijkt op de wereld waar ze midden in staat. Zij heeft de moed en het geloof niet om echt te getuigen. En zij wil het ook niet, want dat is veel te onveilig. Met Pinksteren is zo’n houding vloeken in de kerk. Geloven is risico nemen en vertrouwen dat de Geest alles ten goede keert. Het is altijd ook een sprong in het duister, een all systems down. Omdat die moed ons ontbreekt, zijn we niet veel beter dan de maatschappij, waartegen we alleen maar durven te zeggen dat abortus en euthanasie niet mogen. En dat is volkomen ongevaarlijk.
Wat is dat, getuigen? Dat is dus niet alleen maar zeggen waar de gelovige allemaal tegen is, hoewel de kerk wel vaak in die hoek wordt gedreven. De kerk zou de veel radicalere andere keuze moeten verwoorden. En dan niet zo suffig en zo soft, zo voorzichtig. Wanneer krijgen we eindelijk eens een katholieke populist? Een echt wild beest, een soort Bolkestein? Wie durft er nu eens echt pittig onze relatie met de Islam te benoemen? Of dat ieder slachtoffer van onze prestatie-maatschappij altijd nog een optie heeft, die geluk brengt. Het alternatief tegenover het materialisme? Het ongeloof? De 24 uurs economie? Over Geert en Rita? Dat hoeft och niet allemaal van een enkele paus te komen? Want Johannes Paulus II was natuurlijk wel een echte profeet.
De kerk die gericht is op control heeft met Jezus weinig te maken en nog minder met de Heilige Geest. Van het instituut moet er niet te veel Pinksteren zijn en dat breekt het nu op. Te veel op safe spelen als kerk, dan roep je de grootste rampen over jezelf af. Het onmogelijke geloven, namelijk dat de liefde alles vermag en dat Jezus zijn kerk werkelijk geen ogenblik uit het zicht laat; dat is moeilijk, maar het wordt wél van ons gevraagd en het kost soms ook bloed. Maar toch, alleen op dit vehikel is de kerk ooit vooruit gekomen. Als het de Geest te veel toelaat, dat verliest het instituut misschien de controle, dat is de angst. Want Jezus kun je ordenen. Tot en met Pasen heeft de kerk alles in handen. Het staat precies vast, wat er over Jezus is geopenbaard, wat de Da Vinci-code ook moge beweren. Daar kun je een hele structuur op bouwen en dat is ook gebeurd. Het begon al in de vroegste tijden met de concilies die over Christus gingen, Nicea, Efese, Constantinopel en Chalcedon in de vierde en de vijfde eeuw. Maar wat Jezus na zijn hemelvaart nog doet, dat heb je niet in de hand als kerk en dat is griezelig. De Geest maakt voor de mens een onmiddellijk zicht op God en op Jezus mogelijk. En waar dat toe leidt is niet te voorspellen, want de Geest waait waarheen hij wil. Mensen die Jezus regelmatig ontmoeten zijn een bedreiging voor de kerk, althans dat denkt ze. Zij houdt niet van achterdeurtjes naar de hemel. Teresa van Avila kwam Zijne Majesteit dikwijls tegen. Die maakte haar dan van alles duidelijk en het instituut had het nakijken. Dat is ook het verwijt van Fjodor Dostojewski aan de kerk. De Groot-Inquisiteur uit zijn verhaal kwam Jezus in Sevilla tegen en hij liet hem terstond op de brandstapel opstoken, de lastpost. De kerk komt van Pinksteren niet af. Het hoort erbij en het valt niet af te schaffen. Want als je Jezus verheft tot God, dan heb je de Geest en de Drie-eenheid nodig. Soms wil de kerk van twee walletjes eten, maar het moet van drie. Jezus en God zouden haar genoeg zijn voor het dagelijkse gebruik, maar het filioque waar de kerk van het Westen zo voor gestreden heeft is een onvermijdelijke werkelijkheid. Als Jezus God is, dan is hij ook nu nog benaderbaar en dat heb je met een profeet niet. Geen Moslim krijgt een verschijning van Mohammed. Niemand bidt ooit tot de profeet. Dus met het verheffen van Jezus heeft de kerk zich iets op de hals gehaald waar ze niet van af komt. Jezus maakt het instituut mogelijk. Hij laat het de fabelachtigste vluchten maken in de geschiedenis, maar laat het instituut Pinksteren niet meer toe dan is het geraas waarmee het instort oorverdovend. Dat is in de geschiedenis dan ook vaak genoeg gebeurd, voor een tijdje. Je ziet het als voorbeeld in het klein soms ook in de westerse seminaries. Zij zijn zo gericht op gehoorzaamheid, dat er voor de Geest geen plaats meer is. En de gehoorzaamheid wil dan ook nog wel eens spectaculair verdampen, zoals we zo vaak in onze geliefde kerk van Limburg moeten meemaken. Anderzijds heeft de Geest gelukkig ook hier nog bij menigeen zo zijn sluipwegen om door een zij-ingang weer binnen te komen. Jezus is de kracht van de kerk. Hij is haar bestaansrecht, maar zonder de Geest keert hij haar de rug toe. Alleen maar defensief leven, dat gaat niet. De Geest zal zijn deel opeisen, Godzijdank.
De drie-eenheid is zo moeilijk uit te leggen ... zo preken de pastoors vaak en zo zuchten de theologen. De twee-eenheid is moeilijk, de drie-eenheid niet. God en de Geest zijn zonder Jezus niet te scheiden. En Jezus kan niet God zijn zonder de Geest. De Jezus uit de geschiedenis is immers weg. Maar de Jezus die God is kan niet weg zijn. De Geest, die ook uit Jezus voortkomt, zorgt ervoor dat het geloof van een kind meer is dan het geloof van vele theologen en pastoors bij elkaar en dat is voor hun iets om grijze haren van te krijgen. In de kerk leeft vaak het idee, dat het sacramentele leven voldoende is. Hoewel de grootsheid ervan niet met een menselijke pen kan worden beschreven, is dit toch niet waar. Er is nog altijd de uitdaging van Pinksteren, zonder welk vuur de kerk niet kan bestaan. De teloorgang van de kerk in het Westen heeft hiermee te maken. Gehoorzaamheid en bewaking van het proces is echt niet alles. Daarmee ben je westerser dan het Westen en roomser dan de paus. Jezus zelf is tijdens zijn eigen leven hard genoeg te keer gegaan tegen zo=n soort geesteshouding.
De kerk getuigt dus wel een beetje, maar niet al te vurig en niet al te bloederig en dat zal toch moeten. Profetisch getuigen kun je het noemen. Pinksteren is het feest dat ons oproept profetisch te getuigen. Daartoe is de mens in staat met de hulp van de Heilige Geest. En die komt voort uit God en uit de Jezus die rond liep in Palestina. Jezus zelf staat naast ons, bij alles wat we doen. Johannes was niet treurig daar in de grot op Patmos, want hij was niet alleen. Prochoros, zijn leerling, was bij hem, maar ook Jezus zelf. En zo kwam hij tot het lyrische geschrift van de Apokalyps, dat een stralend getuigenis is van de oplossing van het onoplosbare. En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn ... wie dorst heeft zal Ik te drinken geven uit de bron van het water des levens, om niet. Wie overwint zal dit alle krijgen, en ik zal zijn God zijn en hij mijn zoon .
Er is geen grotere macht dan de macht van het idee. Dat gaat uit boven alle control en wantrouwen. Veel eerste christenen zijn bloedgetuigen, terwijl het toch een alleen maar ging om een boodschap van vrede en liefde. Het vuur van Pinksteren kan een mens opbranden. En toch vindt die mens tenslotte alles. De droefheid van de Emmaüsganger is omgeslagen in de vreugde van de mens, die niets meer kan gebeuren. Met hun somber gemoed na die laatste dagen in Jeruzalem vroegen zij aan de geheimzinnige reisgezel, die hun achter op liep en veinsde voort te moeten, toch niet verder te gaan en met hen samen die avond te eten. Die uren bij het licht van de kaars in de herberg zijn de vertroosting van hun leven geworden. Zij herkenden hem aan het breken van het brood en hij is toen voor altijd gebleven en nooit meer weg gegaan. De geest van Pinksteren is de begeestering voor de mens om fantastische dingen te doen, om van zijn leven een stralende triomftocht te maken. De Geest vormt zijn drijfveer en zijn aandrift. Door Hem kan de mens met Jezus bidden tot God, Abba, zijn Vader ... Veni Creator Spiritus, Kom Schepper geest...