Deel III: Strepen

III

Wim Beurskens

Zalig de zuiveren van hart want zij zullen God zien ... zegt Jezus. In de Philokalia wordt de geestelijke vervoering niet als zoiets heel bijzonders gezien. De geestelijke verlichting en het onmiddellijke contact met God zijn volgens de oude monniken een logisch gevolg van een wijze van leven. They will discover the sweetest consolations of the Holy Spirit (III,10). Het is een gift van God aan de mens. Als je plaats maakt voor Hem in je hart, zal Hij komen, niet als een wet van het karma of als een verplichting zijnerzijds. Zomaar. Maar komen zal Hij. Hij zal je de vreugde van het bestaan laten zien en je de mysteries van het leven onthullen. Als je je onttrekt aan de begoochelingen des levens. Je moet je leven niet door onkruid laten overwoekeren. If you renounce all outward consolation, you will be able to contemplate heavenly things, and often experience great joy of heart (II,1). They were strangers to the world, but to God they were dear and familiar friends (I,18).
En dat is dus vooral iets van de geest. Je fysiek aan de wereld onttrekken is niet genoeg. De geest moet ook leeg zijn van de passies van het ego, die de bron zijn van het lijden. Snij ze weg, roei ze uit ... empty the boat of your life ... zegt de Boeddha ... en je bent gelukkig. Who is more free than he who desires nothing upon earth? Rapt in spirit, a man must rise above all created things (III,31). Forsake all, and you shall find all. Renounce desire and you shall find peace (III,32). De annihilatie van het ego ... van Siddharta Gautama, de Boeddha. De overgave aan God van de Moslim. Maar je helemaal van de passies bevrijden in het gewone leven, dat gaat haast niet. Monnik zijn in het gewone leven, dat is een hele kunst. Want het leven trekt met al de verleidingen aan het ego. Veel tradities achten dan ook een feitelijk terug trekken uit het leven noodzakelijk en de hulp van een instituut met een regel onontbeerlijk. Iemand die zich alleen maar geeft, een ego dat zich alleen uitput voor de ander, dat zou in de wereld kunnen blijven of er weer in terug keren, maar dat is iets voor extreem gevorderden. Die vinden ook weer vreugde in het leven en zien de werkelijke zin ervan. Die zin is er, maar zij is niet zomaar te vinden, eigenlijk alleen langs deze omweg. Whoever knows Your joys will find joy in all things (III,34). Teresa hield haar relatie met Zijne Majesteit tijdens haar latere leven in stand midden in haar drukke bestaan, almaar kloosters stichtend met de beslommeringen die dat met zich meebracht. Alleen de huisvesting was indertijd niet zo’n probleem, schijnt het. In een nieuwe stad keek ze rond welk pand ze in bezit zou nemen. Een vorm van kraken dus. En biddenderwijs ging dat altijd goed.
If there is any joy to be had in this world, the pure in heart most surely possess it (II,4) . De mensen die dat kunnen, dat zijn dus de enigen die echt gelukkig kunnen zijn. Zalig de zuiveren van hart want zij zullen God zien ..., maar van zo’n uitspraak, daar lopen mij de koude rillingen van over de rug, want wie is tot zoiets in staat? Zich zuiveren, dat is ook de voorwaarde die de Philokalia stellen. Dan gebeurt het ... zeggen ze. Maar daar is haast onmogelijk aan te voldoen. Hoe is dat nu te bereiken? Onschuldig te zijn? Argeloos, een engel zijn. En wanneer men zichzelf kritisch bekijkt, dan wordt dat ook nog hoe langer hoe moeilijker. Het gaat om een zuivering van het hart, een zuivering van de geest dus. Een mens is niet wat hij doet, maar wat hij denkt. Dan doemt er een berg voor je op, een project waar je bang van wordt.
Fjodor Dostojewski heeft zo’n engelen als zijn protagonisten, zoals vorst Misjkin in de idioot en Aljosja Karamazow in de gebroeders Karamazow. Maar hij laat ook zien hoe er voor de gewone mens redding kan zijn. Aljosja houdt namelijk van alle mensen, zelfs de ergste morele stumpers. Dostojewski laat zien dat de mens echt gered wordt door Christus. Hij redt ook hen die niet zuiver hart zijn en hij geeft ze de inspiratie eraan te gaan werken met garantie op succes. Hij doet voor jou wat er nog aan schort. De eerste stap op die weg is al de redding. Die weg geeft al meteen resultaat en dat komt door Jezus Christus. De Moslim zegt tussen haakjes hetzelfde, maar bij hem ligt die redding in de barmhartigheid Gods. God houdt van de mens, veel meer dan de mens vaak van zichzelf houdt. Dat wonder, dat is ook het thema van Teresa van Avila. De zuiverheid van hart, die heeft een mens verloren, als kind misschien al. De kerk spreekt zelfs over de erfzonde. Als de mens goed naar zichzelf kijkt, dan is het wel een Augias-stal, waar meer dan een Hercules aan te pas moet komen. Het waren monniken die de Philokalia schreven en die dat zeiden. Toch kan ik veel van de strijd die zij met zichzelf voerden invoelen en ik zie ook dat het een juiste weg is. Je kunt veel geloven maar als je het ook aanvoelt, dan is dat veel beter. Ik ben blij dan ik het aanvoel en ik dank God ervoor.
Jesus loves you, de bumpersticker, dat is toch waar het om gaat. Dan weet een mens pas dat hij genade nodig heeft. Van de mens wordt gevraagd dat hij een paar meter loopt en dan wordt hij de rest van de weg getrokken. You are truly my God, and I Your poor servant, who am bound to serve with all my powers, nor should I ever weary in Your praise. This is my wish and desire; whatever is lacking in me, I pray You to supply (III,10). En de grote asceten geven toe dat hun meest formidabele inspanningen niet veel waard waren. Ze vinden zich onnutte knechten. Met Paulus zeggen ze dat een mens gerechtvaardigd wordt door zijn geloof en niet door zijn werken. Dat was de fantastische uitkomst. Toen ze beseften dat ze zelf niets konden, bereikten ze meer dan ze ooit voor mogelijk hadden gehouden. En een mens die God ontmoet of in zijn binnenste ontdekt, die is in geestelijke vervoering. Dat was ook de gebeurtenis van de Boeddha toen hij na jaren van vruchteloze ascese in één nacht de verlichting bereikte. Er zijn recepten in de geestelijke literatuur te over om dit te bereiken. Mensen die er iets van meegemaakt hebben, zijn zich vervolgens in allerlei bochten blijven wringen om de ervaring toch maar waardig te blijven en ze niet te verliezen. En tot hun groot verdriet hebben ze zo vaak moeten vaststellen dat ze faalden. Maar toch is er dat wonder, waar Teresa maar niet over uitgeschreven raakt. Dat Jezus je blijft zien als een engel. Ik verbaas me erover hoe snel het soms mis kan gaan, maar ook hoe snel het weer goed kan gaan. But if for a moment You look on me, I become strong once again, and am filled with new joy. It amazes me how speedily You raise en enfold me with your grace, who of myself ever fall into the depths (III,8).
Het is een pijnlijke ervaring als de mens merkt hoe weinig hij eigenlijk zelf kan. Hoe beperkt en afhankelijk hij is. Hoe vaak hij faalt. De test voor heiligheid heeft iemand eens gezegd is dat je net één keer meer opstaat dan dat je valt. Dan wordt de mens getest op de hoop die hij heeft. En hoeveel geloof hij heeft. Of Jezus van je kan zeggen ... ga heen, je geloof heeft je gered. Wherever you are and wherever you turn, you will not find happiness until you turn to God (I,22). Abraham geloofde, zegt Søren Kierkegaard en dat was zijn redding. En dat is ook de onze.