Advent 2016 of een fout Onze Vader

Op de eerste zondag van de Advent is de nieuwe vertaling van het Onze Vader ingevoerd. Nu wil ik op deze pagina’s geen politiek bedrijven en zeker geen kerkpolitiek. Dat is me te saai. En ik klaag ook niet over een nieuwe vertaling, die hetzelfde betekent, maar waar je wél de tong over breekt. Of ze niets beters te doen hebben – elf jaar werk … wordt ongetwijfeld in de sacristieën gemopperd. Onze goede bisschop en hulpbisschop, zo wordt gefluisterd, hebben tegen gestemd.

Waar ik het wél over wil hebben is de veranderde vertaling van één woord, peirasmos, bekoring, die nu beproeving geworden is. Peirasmos kan vertaald worden met bekoring of beproeving volgens de woordenboeken. Waar je God om vraagt in het Onze Vader is niet verleid te worden om je afstand tot Hem te vergroten, je te verwijderen van zijn liefde, de grondslag van ons bestaan. In zonde te vervallen … om het in klassieke termen uit te drukken. Daarom zeg je daarna ook … maar verlos ons van het kwade. Wij zouden kunnen wegvallen door onze eigen vrije wil, die we van God zelf hebben gekregen. We bidden God om ons te helpen dat ons dat niet overkomt.

Onze liefde tot Hem gaat gelijk op met onze liefde tot de medemens. Dat is het tweede gebod. De liefde tot God en de liefde tot de medemens zijn als twee communicerende vaten. In beide vaten zit altijd evenveel. Hoe meer liefde tot God, des te meer liefde tot de naaste. En het omgekeerde is ook waar. Zonder liefde tot God is er geen echte liefde tot de medemens mogelijk, zoals zo mooi door Martin Buber wordt uitgedrukt in zijn I and Thou. En alleen maar God aanbidden zonder liefde tot de medemens, dat bestaat ook niet. Als de mens van de liefde wegvalt is dat de grootste catastrofe die hem kan overkomen. Hij vervreemdt van zichzelf en dat is horror. Mystici en heiligen putten zich uit om de gruwelijkheid ervan te beschrijven en de vreugde om de liefde te ervaren zoals zij werkelijk is kunnen zij niet meer in woorden uitdrukken. Daar gaat deze regel in het Onze Vader over.

Dus je bidt om nogal wat als je zegt … en leidt ons niet in bekoring. Peirasmos vertalen met beproeving betekent dus dat je God bidt om niet beproefd te worden. Maar ieder mens wordt toch beproefd? Je kunt God bidden om kracht in de beproeving, of bidden dat ze je voorbij mag gaan zoals Jezus deed in de Hof van Olijven. En tenslotte kun je ze misschien aanvaarden, zoals Jezus ook deed. In de Hof van Olijven aanvaardde Hij tenslotte de beproeving, nadat Hij van angst bloed had gezweet, dat als druppels op de grond viel. En een engel kwam uit de hemel om hem te troosten. Beproeving is dus heel iets anders dan bekoring. In de Hof van Olijven wordt bij de beproeving van Jezus peirasmos niet gebruikt, maar plotseling zegt Hij tegen de apostelen die in slaap waren gevallen … bid dat je niet op de bekoring ingaat, en dan gebruikt hij ineens wél peirasmos. Hij zegt daar toch niet … bid dat je niet op de beproeving ingaat. Hij bedoelt zoiets als … door in slaap te vallen hebben jullie mij in mijn zwaarste beproeving alleen gelaten. Ik had jullie nodig want jullie zijn mijn vrienden. En jullie waren er niet. Konden jullie niet één uur met mij waken? En tenslotte kan dit verwijt uitgebreid worden naar ons allemaal. Bidt dat jullie niet op de bekoring ingaan, je te verwijderen van Mij, van mijn liefde, die ook je eigen bestaan is.

Het Latijn volgt de dubbele betekenis die er in het Grieks ook voor peirasmos is, bekoring en beproeving. Maar in alle verdere vertalingen in Romaanse talen,  bijvoorbeeld Italiaans, Spaans, Portugees en Frans, tot en met het Engels voor het gemak, blijft bekoring of een variant daarvan over. Het  contrast tussen temptation en trial in het Engels is duidelijk. And lead us not into temptation. Toch niet … and lead us not into trials? De Germaanse talen, zoals het Duits zeggen … und führe uns nicht in Versuchung. Tot mijn schrik zegt men in het Zweeds … prövning, beproeving, maar gelukkig in het Deens en Noors … fristelse, verleiding.  Maar het zou ook te veel eer zijn als wij de enige misleidden waren. In het Russisch horen we het de koren vaak zingen iskusjenie, bekoring, verleiding natuurlijk. En zo zal het ook wel in andere Slavische talen zijn.

Er is een ander argument dat Mgr. Liessen, bisschop van Breda, gebruikte in de krant. Een woord als bekoring wordt niet meer begrepen. Dat klopt, maar dat betekent enerzijds natuurlijk nog niet dat je er een foute vertaling voor in de plaats mag zetten. Anderzijds, wie begrijpt het Onze Vader? Daar heb je een heel leven voor nodig. En er komen van die fantastische ogenblikken dat er een nieuw licht overheen schijnt. Een vertaling kan nooit alles tegelijk uitdrukken. Dat doet het originele Grieks ook niet. Een mooi voorbeeld van dit probleem vind ik de vertaling van makarioi … zalig zij die … Wie begrijpt het woord zalig behalve als het over het eten gaat? Voor het betere begrip is men makarioi gaan vertalen met … gelukkig zij. Dit is ongelukkig want dan denkt de lezer misschien dat hij het woord zalig bij eerste lezing al begrijpt. En dat is niet zo. Een vertaling moet het mysterie laten bestaan en dat zit in veel Bijbelse woorden. Het mysterie moet worden ervaren. Begrip is een relatief oninteressant begrip. Veel moderne Bijbelvertalingen maken deze fout. Door de Bijbel in gewone taal te vertalen begrijp je hem niet beter. Integendeel.

Dit probleem heeft te maken met een contrast, zoals dat in de eigentijdse filosofie ook is ontstaan, zoals dat tussen moderniteit en postmoderniteit, tussen structuralisme en poststructuralisme, tussen hermeneutiek en deconstructie. Het is lange tijd in de mode geweest ernaar te streven om de oude mysteries in de taal van deze tijd te vertalen. Hermeneutiek noemde men dat, een typisch modern begrip. Ondertussen begrijpen we met behulp van de nieuwe niet-religieuze filosofische stromingen, zoals deconstructie en poststructuralisme, dat zoiets als hermeneutiek niet bestaat. Woorden als zalig en bekoring moeten een heel leven worden beleefd en dan kun je hopen op een beetje begrip en ervaring. Veel Jezusfilms vanuit onze broeders uit de Reformatie geven een welhaast journalistiek verslag van het leven van Jezus. Dit maakt het begrip niet beter, het sluit het uit. De geheimzinnige woorden in mijn kinderkerkboek en de gestileerde plaatjes die alle ruimte lieten voor fantasie en poëzie en daartoe zelfs opriepen, het prentje van de pater, gaven wél toegang tot het mysterie.

De Moslim heeft misschien toch gelijk als hij zegt dat de Koran niet vertaald mag worden. Dat iedereen maar Arabisch leert. Een zuster die ik ken en die heel veel bidt zoekt het dichterbij huis en zegt … het zullen de Vlamingen wel zijn. Vanzelfsprekend vindt zij de huidige vertaling helemaal fout. Zij zal zeker de vele Onze Vaders die zij dagelijks bidt niet aanpassen. Het is me toch wat.


Er is wel een geschiedenis met maandagmorgenvertalingen in onze geliefde kerk. Twee voorbeelden. Het vere dignum et justum est … in de aanhef tot de prefatie. Als antwoord op het  … gratias agamus Domino deo nostro, brengen wij dank aan de Heer, onze God. De Duitser zegt … das ist würdig und recht. Dit is heel netjes. Waarlijk ervóór zou nog beter zijn om aan te duiden dat je een waarheid als een koe verkondigt. Wij zeggen echter … Hij is onze dankbaarheid waardig. Alsof wij het lef zouden mogen hebben te oordelen of God onze dank waard is of niet. Gelukkig denkt niemand meer over zoiets na en is het tot een betekenisloze formule geworden, waar niemand zich meer aan stoort. Dit is een mooie katholieke oplossing voor zo’n blunder.

Een tweede voorbeeld is het sed tantum dic verbo, dat vóór de communie wordt gebeden. Het refereert aan Lucas 7,7. Dit vers gaat over de knecht van de honderdman die ziek is. De mensen tronen Jezus mee naar zijn huis, maar alvorens Jezus aankomt laat de honderdman zeggen. Je hoeft niet naar mij toe te komen. Spreek slechts één woord en mijn knecht zal genezen, want ik ben niet waardig dat je onder mijn dak komt. In het Grieks is het … alla eipe logooi …, in het Latijn van de Vulgaat gaat het ook juist over dit machtswoord, sed dic verbo. In het gebed vóór de communie heeft men ervan gemaakt … sed tantum dic verbo, om aan het ongewone in de Latijnse en Griekse constructie recht te doen. Jezus hoeft maar het machtswoord te spreken, één woord is genoeg. In het Nederlands is daarom de vertaling altijd geweest, maar spreek slechts één woord. Dit is juist en mooi en ritmisch. Het past perfect in het hele gebed van vier regels. Plotseling was het echter in de nieuwe vertaling, maar spreek. Een ordinaire gebiedende wijs, die geen recht doet aan de bijzondere vorm die in het origineel wordt gebruikt en in de oude vertaling van de Vulgaat. Het breekt bovendien op onaangename wijze het ritme. Maar de kerk wordt gered door het volk. Iedereen gebruikt nu de oude versie. Vox populi vox Dei. De stem van het volk is de stem van God. Dit is een andere van die fijne katholieke oplossingen.

 

Niettemin, het probleem van de nieuwe vertaling van peirasmos is natuurlijk veel ernstiger. Een dag na de invoering van het nieuwe Onze Vader was ik bij een feestelijke mis, waarin geen spoor Latijn te horen was. Bij het Onze Vader hief de priester echter plotseling het pater noster aan. Dat is misschien de beste oplossing, en ook weer een echte katholieke. Als het kwaad kan in het Latijn en anders gewoon het oude Onze Vader. Vandaag wordt in de krant gesuggereerd dat onze goede bisschoppen van Limburg toestaan dat we onze eigen verantwoordelijkheid nemen. Ze zullen echt niet achter een pilaar gaan staan te spioneren zeggen ze. Of anders desnoods de goede vertaling maar een beetje voor ons uit mompelen. Aan heilige teksten kun je geen wezenlijke zaken veranderen en dit nieuwe Onze Vader is een echte fout, die ergens over gaat. Ik wil het grote woord dwaling niet gebruiken, maar onze vrienden uit de Reformatie hebben vaak voor veel minder een nieuwe splitsing beleefd. Als wij in Nederland en België een vertaling gebruiken die wezenlijk verschilt met de rest van de wereldkerk en bovendien evident onjuist is, dan hebben we hier toch werkelijk een probleem. Het gaat om het gebed dat Jezus ons leerde en dat is niet zomaar te veranderen.

Een adventsbeproeving dus, dit nieuwe Onze Vader, geen adventsbekoring. We bidden er Onze Lieve Heer niet om niet beproefd te worden. Hoe meer hoe beter zeggen de heiligen, terwijl anderzijds de bekoring hen de doodschrik op het lijf jaagt. We bidden Hem erom om niet in de verleiding te komen ons van Hem te verwijderen, want we willen zijn liefde om daarmee te geraken tot de diepste werkelijkheid van ons bestaan, zijn diepste vreugde, en om dan zo ook nader tot onze naaste te komen, de zin van ons leven. Nearer to thee , O God … zoals de oude hymne gaat. 

 

Wim Beurskens