Column Beurskens: Media

Wim Beurskens

Soms doe ik nog laat spreekuur. Dat is voor mensen die overdag werken en zelf vind ik het leuk onregelmatig te werken, de ene dag meer, de andere dag minder. Zo komt het dat Jet tussendoor onaangekondigd ‘s avonds binnen loopt en iets vraagt voor de botten waar ze een uur eerder over heeft gehoord in de vijf-uur show. Wel heb je ooit maar toch schrijf ik het middel gedwee voor, hoewel ik er nog nooit van heb gehoord. Het kost wel fl 29,95 zeg ik - want dat kosten de middelen die mensen zelf moeten betalen bijna allemaal -, in een zwakke poging te ontmoedigen, maar dat deert Jet niet. Er was immers iemand op de TV geweest die er heel goed baat bij had gehad. En iets goedkoops kan niet helpen.
Dit deed me denken aan een verhaal dat in mijn familie de ronde doet. Mijn oma van vaderskant was Duitse, van vlak over de grens. Tien jaar getrouwd met een Nederlander trok ze in 1930 naar diens geboortedorp een paar kilometer verderop. Enkele jaren voor de oorlog was zij een keer op bezoek geweest bij haar familie in Duitsland. Toen ze thuis kwam zette ze haar tas op tafel en zei, bijna terloops, in haar Rheinlands dialect ... es jibt Krieg. Daar was ze zeker van. Feitelijk zeker. De kranten schreven er nog niets over. Daar kon ze het niet van hebben, maar ze was uitgekomen bij een rel waarbij mensen de ruiten van de Joodse winkelier ingooiden, mensen van haar eigen dorp. Niet de gebeurtenis zelf, maar wat ze erbij had gevoeld, maakte haar volkomen zeker zonder een spoor van twijfel. Waarschijnlijk dacht ze ook terug aan de Eerste Wereldoorlog, toen de veldtocht werd aangekondigd als een Schützenfest, zo zeker was men van de overwinning. Haar eerste man sneuvelde op de Noord-Franse slagvelden, terwijl de kranten over het front schreven im Westen nichts neues.
Laatst was ik op de verjaardag van onze Poolse kapelaan. Hij vroeg me waarom wij in Nederland zo voorop lopen met euthanasie. Ik antwoordde dat het waarschijnlijk ligt aan de hang naar vrijheid van de Nederlander. Hij wil net zo veel of net zo weinig als anderen in de Westerse wereld euthanasie, maar hij vindt dat mensen vrij moeten kunnen kiezen. Maar ik vind de mening van de Kerk nergens terug. Hoe kun je dan kiezen? vroeg hij zich af. Het standpunt over euthanasie van de katholieke kerk is momenteel inderdaad één van de best bewaarde geheimen in ons land. Ondanks alle publiciteit tref ik een verbazingwekkende onwetendheid, zowel bij voor- als tegenstanders. Voorbeelden op verschillende schaal, maar ze hebben met elkaar te maken. Van verhalen over goed-werkende medicijnen weten de mensen niet dat het vaak verkapte reclame is. Zendtijd en schrijfruimte worden gekocht door de farmaceutische industrie, die zich over de hoofden van de dokters heen tot de klant richt.
Media zijn machtig. Mensen denken dat zij iets hebben bedacht op grond van harde feiten, terwijl ze volkomen worden geregisseerd. Wij leven in het informatietijdperk en menen daarom dat we alles weten door ons open venster op de wereld. In de tijd van mijn oma had men die illusie niet. Men wist dat men niets wist en het moest hebben van het gevoel voor de tekenen des tijds. Werkelijk weten wat er in de wereld omgaat bereik je niet door voor de TV te zitten. Echte informatie krijg je niet uit de krant en zeker niet van internet. In de hele Westerse wereld zie je op een gegeven dag zowat hetzelfde journaal, niet alleen dezelfde streng geselecteerde feiten, maar ook dezelfde presentatie en dezelfde mening. Wat wij informatie noemen is grotendeels informatie die er niet toe doet. De boodschap die werkelijk geschiedenis maakt ligt onder de lawine van gegevens die tot ons komt. De externe censor is er in onze tijd van persvrijheid niet meer. Maar hij heeft plaats gemaakt voor een interne censor die minstens even streng is.