Tegen Isis baat alleen spirituele kracht. En geen ander wapen. Het Westen kan die kracht niet meer opbrengen, omdat het niet gelooft. Juist dit is ook het verwijt dat de Islam ons maakt. Daarbij past, dat het nu op zoveel fronten mis lijkt te gaan met de invloed van het Westen.

 

Spirituele kracht is eigenlijk geen wapen. Het gaat nooit om de strijd tegen het kwaad. Zij maakt de duivel niet tot haar object. Teresa van Avila lachte om de duivel, want hij was haar de strijd niet waard. Haar Jihad betrof haar affaire met Jezus. En voor de duivel was een handvol wijwater al genoeg om hem weg te jagen.

 

Theologisch gesproken mag het in de zaak met IS nooit gaan om de strijd tussen goed en kwaad, alsof het twee legers tegenover elkaar zouden zijn. Goed en kwaad zijn twee totaal verschillende categorieën. Het ene is niet vergelijkbaar met het andere. Het is appels met peren vergelijken. Dan neem je het kwaad veel te serieus en speelt het met je.

 

Als je uit de Koran leest dat de verlossingsboodschap de strijd tegen de ongelovigen is, dan begrijp je hem niet. Dan wil je hem niet begrijpen, moet ik zeggen, want alle boodschap van heil is simpel en eenvoudig. Als je de heilige geschriften toch misbruikt voor je eigen doeleinden dan speelt Iblis, de duivel, met je en krijg je gratis een enkeltje naar zijn naargeestige oorden. Teresa van Avila beschrijft heel mooi hoe akelig het daar is.

 

De oorlog van de geest is dus nooit de strijd tegen het kwaad. Daarom helpen de inspanningen van het Westen ook niet. De doelen van de geestelijke strijd, de Jihad van de mens, zijn veel hoger en haar wapens mogen nooit wapens worden genoemd, want dan verval je in de woorden en daarmee in de wereld van het kwaad.

 

Arjuna, de edele strijder van de Bhagavad Gîtâ, hervond zich aan de spits van een leger dat moest strijden tegen zijn eigen familie en zijn eigen leraren. Dat absurde dilemma vormt niet het eindpunt van de Bhagavad Gîtâ, maar juist het begin. De schijnbare zinloosheid die ons aanstaart, de menselijke conditie, de vragen naar de zin van het bestaan rijzen dreigend voor ons op als we tussen die legers staan. Dat was het ogenblik dat Arjuna de moed in de schoenen zonk en hij zijn boog liet zakken. Vervolgens weerklinken dan de bazuinen van iedere boodschap van heil die de mens ooit geworden is. Op dat ogenblik treedt de glorie binnen in het bestaan van de mens, zijn finest hour.

Zoals alle heilige geschriften gaat de Bhagavad Gîtâ over geloof, hoop en liefde, Dat zijn de echte spirituele wapens, die het kwaad dus nooit tot object hebben, maar die wel de enige zijn die helpen tegen het kwaad. En het kwaad heeft die wapens niet ter beschikking, zelfs niet als je het alle geheimen ervan verklapt.

 

Onze rationalisaties en ideologieën, tanks en bommen, en de retoriek over de waarden van het Westen zijn lachwekkend in de ogen van het kwaad. Hoe meer we eraan doen des te zwakker worden we. Wie het zwaard opneemt zal erdoor vergaan … zegt Jezus, voor ons de Zoon van God, voor de Islam één van de allergrootste profeten, de aartsvaders gelijk.

 

ArjunaGeloof, hoop en liefde, dat zijn de grote drie, maar de liefde is de grootste, zegt Sint Paulus. Liefde voor iemand die jouw geliefde onthoofdt. Dat kan eigenlijk niet, maar je kunt wel in je eigen kleine omgeving tegen alle weerstand in werken aan de wij-samenleving van Ahmed Aboutaleb. En het karma daarvan is wonderbaarlijk rechtvaardig. Het zal ooit zijn vruchten afwerpen.

 

Twee geloven tegenover elkaar. Dat is ook niet de echte tegenstelling, want er zijn te weinig verschillen tussen Islam en Christendom om bloed over te vergieten. En mensen die Christenen vermoorden en hun kerken in brand steken zijn geen Moslims, zoals de kruisvaarders geen Christenen waren.

 

Maar vooral tegen de hoop kan het kwaad niet op. Hoop geeft vreugde, zelfs al spreken alle feiten anders. Vandaag nog. Instant. In het heden. Hoop sticht ook werkelijkheid. Hoop is méér dan vertrouwen in de toekomst. Hoop máákt ook toekomst. Als veel mensen hopen wordt de toekomst beter. En het heden is al van vreugde vervuld. Tegen hoop kan IS niet op. Dat is ook de boodschap van de huidige paus, die zo vaak spreekt over vreugde.

 

De westerse cultuur heeft geen hoop. De cultuur van de dood … noemde Johannes Paulus II het westerse denken. Het heeft verwachtingen op grond van feiten, haar veronderstelde macht bijvoorbeeld, of geen verwachtingen. Het kent optimisme of pessimisme, het rationaliseert en ideologiseert zich een ongeluk, niet gestoord door enige werkelijk kennis, maar het kent geen hoop, want hoop is iets dat uit het geloof komt. Door hoop weten we dat het best nog wel eens goed zou kunnen komen met ons, maar dan moeten we ons dus wél bewapenen met de grote drie.

 

Swalmen, Aswoensdag 2015,

 

Wim Beurskens