Column: over bidden en contemplatie

De zuster zit in de kapel op de knieën. Zij kijkt met gevouwen handen op naar de prachtig gesmede, vergulde monstrans op het altaar. Erin zit de hostie, waarvan de katholieke kerk zegt, dat het Jezus zelf is. De zuster is dus bezig contemplatief te bidden. Als het zo wordt geformuleerd, lijkt zij in niets verder af te staan van de mens van tegenwoordig. Toch heeft de mens door de geschiedenis en door alle culturen heen zoiets gedaan. Ludwig Feuerbach, een bekend criticus van godsdienst uit de negentiende eeuw, zou zeggen: dit is typisch iets wat de mens zichzelf inbeeldt. Daarom komt het ook door alle tijden heen voor. Het hoort bij de hersenbiologie van de mens. De mens wil daarboven iets hogers zien en dan ziet hij het ook. Het is het bekende projectieverwijt van Feuerbach. Hij zegt dus in feite gewoon, dat hij er niet in gelooft. Bewijzen kan hij zijn theorie niet, net zo min als de zuster kan bewijzen, dat ze zich niets zit in te beelden. Na de Verlichting dacht de mens, dat hij van zoiets af was. Hij wordt slimmer en zo komt hij van het oude bijgeloof af. Dat is wat nu ook veel mensen denken. Daar zijn we toch onderhand vanaf.
Bij de Moeder Gods Sterre der zee in Maastricht komen iedere dag talloze mensen. Ongegeneerd steken mensen van allerlei slag, de sjieke Maastrichtse dame, volgens de laatste mode gekleed en in een bubbel van parfum, de oude dakloze in zijn eigen bubbel, de student, jong en oud, een kaars op bij Maria. De bakken met brandende kaarsen staan altijd vol. Soms zit je met gekromde tenen, als je ziet hoe iemand zich in bochten wringt om achter in zo’n bak op een lege plek nog zijn kaars te zetten op gevaar af dat zijn mouw in brand vliegt. Zij bidden het gebed dat daar staat in de vier talen van de buurt. Het zal toch niet zo zijn dat ik, arme zondaar, hier als eerste onverhoord weg zou gaan? Zij komen Haar iets vragen, of zij komen gewoon even bij Haar op bezoek, want gek genoeg kan dat. Dat is ook het patroon van alle bidden in de drie grote monotheïstische religies, de godsdiensten met de Ene, persoonlijke God. Die komen God iets vragen, met God praten of gewoon even naar Hem kijken. Met hoe minder woorden het gaat, des te meer spreek je over contemplatie. Mensen vertellen dan dat je Zijn aanwezigheid soms echt kunt voelen.
De Islam zegt ... God is je naderbij dan je eigen halsader; terwijl Jezus zegt ... het Koninkrijk Gods is midden onder U. Krab je alles van een mens af, dan kom je uiteindelijk bij Jezus Christus terecht. Dus die God met wie je praat is dichterbij dan al je naasten. Hij is ook dichterbij het wezen van je bestaan, de zin van je leven, dan wat je er zelf over denkt. God ziet U is het akelige woord van vroeger. En dat is niet akelig, omdat God werkelijk alles ziet, maar het is akelig, omdat hij er gewoonlijk zo lelijk bij keek. Dit stamt dus uit de tijd, dat God alleen maar moraal was. Nee, God let op ons, inderdaad, maar hij is vaak minder kritisch op ons dan wij op onszelf. Dat voel je aan. Bidden helpt om tot jezelf te komen, je werkelijke zelf te ontdekken. Het is dus niet alleen maar zoeken naar die Ene, die ver boven en buiten je staat, maar ook naar je diepste zelf, naar wie je bent. En alleen wie bij zijn eigen zelf is gekomen, kan de ander werkelijk ontmoeten ... zei Martin Buber en de Grieken spraken van het ken uzelf als hoogste trap van wijsheid.
Contemplatie moet werken, anders doe je het verkeerd, waarschijnlijk ben je dan te spastisch bezig. De mens, die een kaars opsteekt, bidt nog misschien wel het beste. Het gaat niet persé om woorden, over gebeden uit een gebedenboek, hoewel die wèl tot steun kunnen zijn. Soms ga ik wel eens naar de mis en dan doe ik mijn uiterste best geen woord van wat er gezegd wordt te horen en alleen de consecratie en de communie bewust te beleven. Dat zie je de mis ineens in een ander licht. Bidden is zijn. Het is niet het in bezit nemen van iets met woorden en formules. Bij bidden bepaalt het onderscheid tussen hebben en zijn, of het lukt. Je moet ook nooit het gevoel erbij hebben dat je iets bijzonders kunt, een bijzondere truc beheerst. De Moslim, die zich vijf keer dag even tot God wendt, er is iets normaals bij, en dat moet ook. Laatst belde ik op naar het huis van mijn administrateur. Papa is bidden ... krijst Loebna door de telefoon. Alsof het iets normaals is, zoals hij ook naar het zangkoor of naar het squashen had kunnen zijn. Bidden mag dus nooit iets braafs of truttigs hebben. In het Westen is het vaak iets voor de aparten, voor mensen die een beetje raar zijn.
Bidden is ook Hem voorleggen, wat je bezig houdt, dagelijkse dingen, maar ook wat moet ik met mijn leven? En er gebeurt altijd wat, en altijd iets goeds. Sommigen zeggen, dat je je er gek mee kunt maken, want een mens kan zich wel van alles zijn het hoofd halen. Als ik mezelf eens in een hoek gedacht hebt en toch wel in een verre uithoek terecht bent gekomen, of als ik er mezelf niet meer goed bij voel, heeft het mij altijd geholpen terug te gaan naar het evangelie, naar de bergrede vooral, of naar een eenvoudig gebed, zoals het Onze Vader. Zoals Mohammed al zegt, is het geloof een eenvoudig geloof. Het moet niet te moeilijk worden, dan ben je waarschijnlijk een verkeerde zijweg ingeslagen. Als een gebed deprimerend wordt, dan moet je er maar gauw mee ophouden, want dan is het niks. Het moet ook leuk blijven, vreugdevol. Bidden gaat dus niet over moraal, het gaat over communicatie met de diepste reden van je bestaan en de communicatie met de medemens moet er beter door worden. Het moet beter met je gaan, anders zit er iets fout. Bidden moet uiteindelijk tot vreugde leiden. Eigenlijk nodigt Jezus ons uit om te doen wat hij deed. Daarom moet je niet al te verlegen zijn met bidden en niet een al te beperkte agenda hebben. Trouwens, een mens in crisis bijvoorbeeld heeft die vanzelf al niet, want dan is de vraag altijd groot. Jezus nodigt ons uit Hemzelf na te volgen, niet een of ander slap aftreksel van Hem. Je kunt van alles en iedereen proberen na te doen, maar dat lukt lang niet altijd. George Bush bijvoorbeeld is niet te imiteren, maar Jezus Christus wél. Hij wil dat juist van ons. Alleen in religieuze zaken mag de mens zich meten met de allergrootsten. Dat moet hij dan zelfs. Jezus is daar niet onduidelijk over. Het bestaan van ieder mens is bloedserieus.
En Jezus ging ook heel vaak bidden. Maar het moet dus normaal blijven en je moet er beter van worden. Zoeken naar de zin van het bestaan is ook bidden, en dat is toch heel normaal. Een zekere eenheid van de wil moet er zijn en ook een beetje doorzetten. En oprechtheid natuurlijk. Bidden moet je soms ... with a vengeance ... zegt de Amerikaan, met een zekere verbetenheid. Bidden doe ik vaak als ik weg ben uit mijn werk op reis, want soms komt het er zo niet van. Wat zie jij er toch vaak slecht uit na een vakantie ... zeggen de mensen dan. Ja, bidden kan soms ook hard werken zijn.
Vooral, niets is onmogelijk, dat moet je echt proberen te geloven. Jouw concrete probleem oplossen, hoe onmogelijk het ook lijkt, dat moet de vraag zijn. Dus, ik leef, er is mij iets niet genoeg, ik heb een probleem, ik wil weten over de zin van het bestaan, ik ben depressief, ik heb een fobie, ik zie er geen zin meer in, welnu dat zijn alle bijzonder goede ingrediënten voor bidden. Het is heel moeilijk te beseffen, welk een helende invloed bidden op een mens kan hebben, als je het nooit doet.
Anderzijds is bidden ook niet te beschrijven. En in ieder geval zeggen de grootsten, zij, die het heel goed hebben gekund, dat de mooiste ervaringen niet onder woorden te brengen zijn. Dan houdt het dus op. Bovendien laten ze er dan in één adem op volgen, dat speciale ervaringen van gelukzaligheid niet noodzakelijk zijn. Daar moet je het niet voor doen. En dan houdt het dus nòg eens op. Toch zeggen de meesten dat bidden tot geluk leidt. Je moet het gewoon maar doen. En iedereen kan het. De wanorde in je bestaan vervliegt. De angst voor het bidden is de angst voor die diagnose, want die valt dan vaak tegen. De wanorde, die in ons heerst, komt naar boven en dat is bedreigend. Daarom kunnen wij de stilte vaak niet verdragen. Maar dan juist wordt het hoog tijd dat je gaat bidden. Bidden kun je ook als je geen probleem hebt of als je denkt er geen te hebben. Als alles zo zijn gangetje gaat, maar dat duidt er vaak op dat je nauwelijks bewust leeft, niet dat er niets is. En wie wil dat nu? Life is warfare ... zegt de Boeddha, dat zit in la conditio humaine. The guide for the perplexed heet het boek van Mozes Maimonides, de grote Joodse geneeskundige en wijsgeer. En wie is er nu niet perplexed? Dan ben je toch wel een beetje suffig. En daar helpt alleen bidden aan.
Bidden helpt voor alles, vooral voor de allerergste dingen. Marcus Aurelius, de Romeinse keizer, schreef dat je zelfs in een paleis kon overleven, als je maar drie uur per dag kon mediteren. Er is niets wat tegen bidden bestand is, de grootste crisis in het bestaan nog niet, maar het is wel een heel gevecht en van te voren kan je de moed wel eens in de schoenen zinken, zoals de Bhagavad Gîtâ zegt ... thus spoke Arjuna in the field of battle, and letting fall his bow and arrows he sank down in his chariot, his soul overcome by despair and grief... en later ... when Arjuna the great warrior had thus unburdened his heart, 'I will not fight, Krishna,' he said, and then fell silent ... ... Krishna smiled and spoke to Arjuna - there between the two armies the voice of God spoke these words ... en dan beginnen de eeuwige woorden van de Gîtâ, welke gericht zijn tot de mens in crisis, die nog nooit heeft gebeden.
Tegen bidden is niets bestand, want de dialoog gaat met Hem, die het fundament is van ons bestaan, maar ook het diepste wezen van onszelf is. Life is the creation of your mind ... zegt de Oosterling. En als je dan voor mind God leest, dan weet je dat voor die God dan niets onmogelijk is. Bidden lost ieder probleem op, maar het maakt soms geen einde aan het lijden. Het lijden gaat in een andere dimensie over, die het misschien subjectief nog tijdelijk wel erger maakt, maar die er de zin aan terug geeft en die mens terug plaatst in de werkelijkheid zoals ze is, terwijl hij zich misschien eerst overal van buitengesloten en vervreemd van voelde ... which, O Bhikkus, think you is the greater: the tears which you have poured out, wailing and lamenting on this long pilgrimage, joined to the unloved, separated from the loved; or the waters of the Four Great Seas? ... Such a disease needs a Buddha’s curing ... zegt de Boeddha. Soms wordt het in het begin eerst dus nog eens even erger. Want wat bidden in eerste instantie vaak doet, is alle andere vluchtwegen, die een mens zich in de loop der tijden heeft uitgedacht, afsluiten. Maar dat is normaal ... zegt Thomas à Kempis ... come to Me when the struggle goes hard with you. Your slowness in turning to prayer is the greatest obstacle to receiving My Heavenly comfort ... De vluchtwegen zijn afgesloten, en het lijden kan soms wel groter lijken te worden, maar een beginnersvoordeel is ook altijd, dat het unieke en het hopeloze ervan af gaat. Het probleem wordt groter gemaakt, maar wél tegen de achtergrond van ons bestaan. Het is inderdaad een puinhoop en misschien nog een grotere dan je al had gedacht, maar wél een puinhoop, die al sinds de mens bestaat bij de mens hoort en die op te ruimen is. En dat is al een hele opluchting, dat er niets nieuws is onder de zon met jou.
Jezus zonderde zich af om te bidden. Dat deed Benedictus ook in Subiaco. Als inderdaad alle andere vluchtwegen zijn afgesloten, dan moet een mens zich er echt eens voor gaan zitten. Benedictus, als een jongere uit een aristocratische familie, -een beetje zoals de biografie van de Boeddha-, trok naar de bossen bij Subiaco. Laatst was ik er en je voelde waarom hij deze eenzame plek gekozen had om tot zichzelf te komen, dus om God te leren kennen. Daarna, toen dat geregeld was, kon hij ook weer onder de mensen komen, voor wie hij tot zo=n zegen is geworden. For whom the bell tolls ... met de woorden van Ernest Hemingway, ja, dan kan er wel eens niets anders op de agenda staan. Benedictus liet zich in een mand iedere dag wat brood naar beneden zakken naar zijn grot en verder kwam er in die tijd niemand bij hem. Dat klinkt ver van huis, maar als je de mensen hoort, die een bedevaart maken naar Santiago de Compostella, dan zijn het toch ook dit soort ervaringen, die ze beschrijven. Daarom zijn ze, als ze het hebben volbracht, ook dikwijls zo wild enthousiast. En een bedevaart is natuurlijk bidden in het kwadraat, iets anders is het niet. Je beleeft er alle avonturen, die bij bidden horen. Maar de avonturen, die bij het bidden horen, lopen net als in het kinderboek altijd goed af, want er is er Eén die op je let en die houdt van je.
Als ik in deze woorden overtuigend kon zeggen, wat bidden was -vooropgesteld dat ik het zelf wist-, zou dat een tegenspraak zijn in zichzelf, want bidden moet je doen. Het helpt niet als je erover leest. Dus lees niet teveel over gebed -alleen deze column natuurlijk-, doe het. Ik ben zelf nooit veel geholpen door bidboeken, alleen door de heilige teksten zelf, of heel eenvoudige gebeden, zoals het Onze vader, het Weesgegroet, het Jezus-gebed van de monniken uit de begintijd. Gebruik een tekst uit de heilige schrift. En mediteer daarover, vooral over wat het met jou persoonlijk te maken heeft. Er gebeurt altijd wel iets. Je kunt wel eens schrikken van wat eruit komt. Hoeveel dimensies van het leven je hebt laten liggen. Maar daar komt dan meteen de troost bij, dat het nooit te laat is en dat het nooit kan mislukken. En dat niemand door Jezus wordt afgewezen. Je kunt het dus ook bijna niet fout doen ... but God ... gladly invites all who choose to honor him under any form whatever, deeming no one to be deserving of contemptuous dismissal ... zegt Philo van Alexandrië, de Helleense jood en tijdgenoot van Jezus. De eerste stap, hoe bedreigend die ook lijkt, en ook al wordt het even iets erger, is meteen al een succes. Het leven wordt meteen al een stuk draaglijker, als het dat van te voren niet was. No step is lost on this path, and no dangers are found. And even a little progress is freedom from fear ... zegt de Bhagavad Gîtâ. Zoekt Mij en gij zult leven ... zegt Jezus. Je hoeft Hem dus niet al gevonden te hebben. Hij zegt niet ... vindt Mij en gij zult leven. De eerste stap van het zoeken is al de redding. Dan leef je al ... speak to me again in full of thy power and of thy glory, for I am never tired, never, of hearing thy words of life. When Arjuna heard the words of Krishna he folded his hands trembling: and with a faltering voice, and bowing in adoration, he spoke ... zegt Arjuna tegen Krishna, God, in de Bhagavad Gîtâ. Of met de woorden van William Wordsworth ...

That serene and blessed mood,
in which the affections gently lead us on, -
Until, the breath of this corporeal frame
And even the motion of our human blood
Almost suspended, we are laid asleep
In body, and become a living soul;
While with an eye made quiet by the power
Of harmony, and the deep power of joy,
We see into the life of things
.