Pinksteren 2011

Deze Pinksteren vertellen de paters hier in Rome in de preken hoe de apostelen zich na de dood van Jezus verschrikt hadden verstopt en hoe ze toch na verloop van tijd ineens naar buiten kwamen en alles durfden, terwijl ze bovendien nog alle talen spraken ook. Ze hadden Jezus na zijn dood wel in levende lijve gezien, maar toch vindt Hijzelf het nog nodig hun een Trooster en Helper te beloven, die hun moed zal geven. En dat is de Heilige Geest, wiens komst met Pinksteren wordt gevierd.

Mensen die de kracht van het bidden ooit hebben ervaren zoeken graag de eenzaamheid op. Ik vind de stilte iets geweldigs. Dan kom ik weer tot de zin van mijn bestaan. Dan weet ik weer hoe mooi het eigenlijk is. Bij mij komt de Heilige Geest in de stilte. Wat de stilte is zonder Heilige Geest ervaar ik wél eerst ook altijd. In het begin meestal. De ouden noemen dat de droogte. Het klinkt als niks, maar het voelt wél een stuk erger aan dan niks. Als het alleen daarbij zou blijven, kun je beter werken en thuis blijven.

Dat sukkelen wordt zacht gemaakt met de hoop op wat erna komt. De droogte verdragen in de stilte met de hoop op de Heilige Geest; het is een grote genade, dat alleen al. Laat staan als Hij dan ook nog echt komt. Ik moet mij deze leegte aandoen en Jezus heeft beloofd dat Hij dan zal komen. Daarom ben ik zo verslaafd aan deze tochten. Niettemin zeggen ook de ouden weer dat in zo'n tijd van alleen maar hoop meer deugd ligt dan in het genieten van Zijn aan wezigheid.  Want dat vindt iedereen wel leuk. Vertroostingen zijn een geschenk, maar je moet ook zonder kunnen, want je verdient ze niet. Je moet een dienaar zijn zonder loon. Dat moet je nederigheid je op zijn minst hebben geleerd. Niettemin, als Jezus in de dagelijkse tredmolen wat verder van je af raakt, dan stuurt Hij ons de Trooster en Helper. Daar mag je wel op rekenen en het goede is ook dat je van zo'n bezoek van de Heilige Geest altijd weer wat olie meekrijgt voor de lamp van je levensweg.

Vandaag, Tweede Pinksterdag, wordt weer zo'n mooie dag, hoop ik. Dat voel ik aan. Nu ga ik eerst eens lekker op het terras naast het klooster een pilsje drinken. Daar lees ik dan verder in het inwendige kasteel van Teresa van Avila. Zij beschrijft het gebed of de meditatie, hoe je het ook noemen wilt, als het binnengaan in een kasteel met veel kamers. Eerst aan de buitenkant met de stallen en de soldatenkamers, met stinkende ratten en valse serpenten, - dat zijn de bezoekingen in de droogte en de leegte zelf- maar in de statievertrekken wacht Jezus op je. Ik hoop vandaag wat verder in dat kasteel door te dringen of beter gezegd- met de taal en beeldspraak van de grote dame uit Avila zelf - ik ga eens fijn op de tocht staan in de hoop dat de Heilige Geest me een kamertje verder waait.  

Wim Beurskens