Column Beurskens: eerst zien en dan geloven

Ik heb alles links roept Jan. Dat bestaat niet zeg ik, maar Jan weet het zeker, hij heeft alles links, nu ook weer die ontstoken duim. Jan is een onmisbaar lid van onze gemeenschap, maar als hij het over zijn lijf heeft ben ik sprakeloos. Iedere dokter kent wel de talrijke mensen met medische beweringen over zichzelf, die met geen mogelijkheid in een wetenschappelijk keurslijf zijn te persen.
Het gaat hier om het oude probleem van de menselijke waarneming. De filosoof Descartes vond die al zo onbetrouwbaar dat de waarneming alléén hem er niet van kon overtuigen dat hij bestond. Ik denk, dus ik besta zei hij. Dat was het enige dat hij zeker wist. Zijn ogen geloofde hij niet. Aan zo iemand heb je ook niet veel zijn wij dan geneigd om te zeggen, maar toch heeft zijn kritische houding tegenover het menselijke kennen de natuurwetenschappen mogelijk gemaakt. Zonder hem geen experiment, geen moderne geneeskunde.
Descartes wist dus al dat we zien wat we willen zien. Of niet zien wat we niet willen zien, zoals de chirurg die zegt er bestaat geen ziel want ik heb er nooit een gezien. Of zoals zo velen vinden het menselijke brein is een supercomputer. Binnenkort kunnen we het namaken met kunstmatige intelligentie en al. Wij voelen aan dat deze stellingen niet waar zijn of op zijn minst willen we liever niet dat ze waar zijn. Maar waar zit hem dat dan in? Objectief waarnemen bestaat niet. Er is een relatie tussen wat wij waarnemen en onszelf. Die twee staan niet los van elkaar. Wij maken wat we waarnemen anders. Dus nadat we een computer hebben uitgevonden zijn wij de menselijke geest gaan bekijken als een computer. Wij herscheppen de werkelijkheid door onze waarneming. Wij nemen creatief waar. Als we lang genoeg geen ziel zien gaat ze weg. Dat is nog wel aan te nemen, maar wat te denken van de nog verder gaande stelling in de filosofie dat het waargenomene ons zelf herschept naar zijn beeld en gelijkenis. Het waargenomene heeft ook een scheppende invloed op de waarnemer. Het waargenomene maakt ook ons anders. Het waargenomene wordt ons de baas. Niemand vergeet modern times van Charlie Chaplin, waarin een lopende bandwerker dol wordt en niet meer kan stoppen met schroeven aan te draaien. De mens wordt door de lopende band gevormd tot een lopende bandwerker. Meer is hij dan ook niet meer. Hij wordt ontmenst door de machine die hij zelf heeft gemaakt. En die wisselwerking is uniek voor de creatieve waarnemer en het waargenomene, want bij een aap werkt het niet. Die ziet ons nog niet staan met onze lopende band. En hier wordt het een beetje griezelig. De computer herschept ons tot iets wat aan hem gelijk is.
Zo wordt de waarneming een Teufelskreis. De bron van de menselijke vrijheid om hieruit weg te komen ligt noch in de waarneming zelf, noch in het denken, want de filosofie is sinds zij zich met Descartes los heeft gemaakt van de theologie niet meer in staat geweest de vrijheid van een gezond fundament te voorzien. Dit is het failliet van het eerst zien en dan geloven. Want geloof je alleen wat je ziet, dan ben je nog niet erg opgeschoten. Als het aan de filosofie ligt worden wij inderdaad zombie’s met een tollende harde schijf bovenin en vooralsnog zijn we daar hard heen op weg. Toch had dit niet gehoeven. Het antwoord komt bijvoorbeeld van de Heilige Anselmus van Canterbury, de man van het enig geldige godsbewijs, die al zei credo ut intelligam, ik geloof opdat ik begrijp . Hij wist ook al dat hij zijn ogen niet kon geloven en met zijn rationele denken niet veel opschoot. Hij begreep dat het niet was eerst zien en dan geloven, maar geloof en zie, in die volgorde en niet andersom. Zonder geloof geen vrije waarneming en dus geen echt begrip. Misschien zit Jan er toch niet zo ver naast. Pas op de trap, straks breek je nog je linkerbeen, roep ik hem nog na.