Toespraak voor jarige Blauwe Zusters Steyl

 Toespraak tijdens 125-jarig Jubileum zusters Dienaressen van de Heilige Geest

 

Zondag 8 december 2013,

Eerwaarde zusters, eerwaarde heren, dames en heren,

Ik vind het heel fijn hier mijn gelukwensen te mogen uitspreken bij gelegenheid van het 125ste  jubileumjaar van de congregatie, het begin van het jubileumjaar.

Ik sta hier wel met enig recht, want ik kom heel vaak in dit klooster, wekelijks zeker en vaak een paar keer per week, al 33 en een half jaar en dat is – zo heb ik uitgerekend – 27 % van de tijd van uw bestaan. En dat is volgens mij langer dan wie dan ook in deze zaal. Ik heb alle oversten overleefd behalve de laatste tot nu toe en ook alle ziekenzusters behalve de laatste tot nu toe.

De vergelijking gaat wel ergens mank of is wellicht ongepast, geloof ik, maar ik laat het aan uzelf over om te overwegen waar hem dat in zit.

Als ik over het kerkhof loop en de namen zie van de zusters sinds 1980, de zusters die ik heb gekend, dan komen in mij veelkleurige levensverhalen boven.

Verhalen die zich afspeelden op alle continenten, in alle uithoeken van de wereld, in vele andersoortige culturen. En dat alles in wisselwerking met al die uiteenlopende persoonlijkheden. Hoe heeft zoveel verscheidenheid tot zoveel eenheid kunnen leiden? Dat U nu als congregatie uw 125-jarig bestaan kunt vieren?

We leven in een tijd waarin het verschil, de menselijke vrijheid, de persoonlijke keus het uiterste ideaal lijken te zijn, het ultieme doel. Een mens die aan het roer staat van zijn leven, dat is de meest geslaagde mens.

Ik verdien een groot gedeelte van mijn brood als huisarts wanneer juist die levensvisie bij mensen niet het geluk brengt dat ervan wordt verwacht.

In de uiterste vorm is het de formule van Friedrich Nietzsche. De vrije mens schept zijn eigen waarheid en dé waarheid bestaat niet.

Maar velen van U kennen misschien het T-shirt waarop aan de voorkant staat God is dood, ondergetekend  Nietzsche. Maar als de drager van het T-shirt zich omdraait staat er op de achterkant Nietzsche is dood, ondertekend, God.

Nee, God is niet dood, daar heeft uw congregatie van getuigd, gedurende 125 jaar al. Arnoldus Janssen was een tijdgenoot van Friedrich Nietzsche. Janssen was van 1837 tot 1909 en Nietzsche van 1844 tot 1900. Het religieuze leven is dus gezonder dan dat van de nihilist. Dat heb ik altijd al gemerkt in mijn werk.

Nietzsche leek zijn tijd mee te hebben en Arnoldus Janssen niet. Maar toch, wie Nietzsche serieus neemt gaat eraan en wee de tijd die Nietzsche serieus neemt.

Arnoldus Janssen ging recht tegen het positivisme van zijn tijd in, tegen het rationalisme van de Verlichting en de ravages die het al in het religieuze leven had aangericht. Tegen de godsdienstkritiek in van Sigmund Freud, van Karl Marx, van Ludwig Feuerbach. Dat waren de populaire filosofen van toen. God is een projectie van de mens. En juist de zwakkeling is daartoe geneigd, zoals Nietzsche zegt.

Maar Arnoldus Janssen kwam hier in Steyl. Hij wist van een onooglijk dorpje, zoals we in het Limburgs zeggen, ‘n paar hoese en ein kerresjop, een naam te maken die in de hele wereld bekend is. Tegen alle stromingen van de tijd in.

Hier in Steyl kunnen we het nog zien. Juist in deze gebouwen, als stille getuigen van een rijk verleden. Een jaar of twee terug kwam ik op een plaats hier waar ik me moest omkleden om als Sinterklaas de zusters te bezoeken. Op die plaats was ik nog nooit geweest terwijl ik dacht alle uithoeken van dit enorme complex te kennen. In enkele decennia verrees het uit niks.

Deze oude stenen zijn er de stille getuigen van hoe machtig een idee kan zijn, als je het alleen al filosofisch bekijkt. Het idee is machtiger dan alle economische wetten. En als we dan in onze tijd zien dat de economische wetten ons regeren, dan kun je daar omgekeerd ook uit afleiden dat we leven in een tijd zonder dragend idee.

Maar een idee kan goed of slecht zijn. Daar gaat de filosoof niet over. En de macht van het slechte idee leert de geschiedenis ons ook maar al te goed kennen.

Arnoldus Janssen leefde voor het verhaal van Jezus Christus. En dan moeten we de filosofen achter ons laten. Want Jezus spreekt niet over de macht van een idee alleen, maar over de macht van de waarheid zelf.

Om Hem te leren kennen zijn de monniken in de vroegste tijden naar de woestijn van Egypte getrokken en pas als ze Hem een beetje kenden waren ze weer beschikbaar voor de mensen of kwamen de mensen hen opzoeken hoe ver ze zich ook verstopt hadden.

Arnoldus bedacht voor zijn tijd een combinatie die een gouden greep bleek te zijn. Jezus zelf leren kennen en hem herkennen in de medemens. Tegelijkertijd. En dan zonder zich te laten ophouden door enige grens. Dat bleek een aanpassing aan de verlangens van zijn tijd die de congregatie tot in de verste uithoeken van de aarde verspreidde.

Uw missie heeft zich inderdaad uitgespreid over de hele wereld op de vleugels van het oude Europa. In onze tijd hervindt uw stichtingsklooster zich in een nieuwe missiegebied. U hoeft er niet ver meer voor te reizen. U hoeft niet eens de bus te nemen, laat staan het vliegtuig of de boot. Er wordt openlijk gesproken over de noodzaak tot herevangelisatie van Nederland.

Uw museum hier, het geschiedenisonderzoek van zuster Ortrud, de levensverhalen van uw missionarissen, de bebloede hemden in het missiemuseum getuigen van de eindeloze moeilijkheden die missie met zich meebrengt, alleen te overwinnen door de inspiratie van het hoge ideaal, zeg maar kortweg door de Heilige Geest zelf.

Ik moet dan nu ook wel eens denken aan het martelaarschap dat het werk als religieus in onze tijd met zich meebrengt, in onze streken. Als je je hele leven te goeder trouw en met veel offers gewerkt hebt in het onderwijs of de gezondheidszorg en dan moet beleven hoe je ideaal in het publieke domein wordt gebagatelliseerd, geridiculiseerd of zelfs verdacht gemaakt. Dat is ook zeker een martelaarschap.

Maar dan moet ik ook weer denken aan de woorden die onze paus zo vaak gebruikt als hij spreekt over Jezus. Hij is vreugde in ons bestaan komen brengen die door niets kan worden gedoofd. Dat vieren we binnenkort met Kerstmis. Ja, de geestelijke weg gaat over moed, lijden, over spannende verhalen. Maar vooral over vreugde, zegt de paus.

Uw stichtingsklooster bevindt zich in een nieuw missiegebied waar de taak ook bijna onoverkomelijk lijkt, zoals dat toen was in de negentiende eeuw. Mijn wens en gebed is dat uw congregatie in onze tijd mag overkomen wat haar overkwam in de tijd van Arnoldus. Uw stichters en al die zusters die hen volgden hebben iets waar gemaakt wat aanvankelijk voor onmogelijk werd gehouden. De bisschop zei van uw stichter na de eerste ontmoeting, het wordt vaak geciteerd … het is een heilige of een gek.

Naar menselijke begrippen liggen de kaarten in onze tijd slecht voor het religieuze leven. Maar ze liggen niet slechter dan in de tijd van uw stichters en ik hoop toch zo op een wonder zoals dat in het oude Steyl van de negentiende eeuw is gebeurd.

Het kan zomaar ineens allemaal veranderen. Daar is Arnoldus Janssen een fantastische getuige van. Daar is uw congregatie een getuige van. Het verhaal van Jezus kan de wereld veranderen in een oogwenk.

De worsteling is er om de juiste vorm te vinden in deze tijd met behoud van de bijna 2000 jaar oude idealen van het klooster. Bij de Passiespelen zeggen we altijd, de boodschap van het evangelie is onverwoestbaar, het verhaal van Jezus is eeuwig en verandert niet, maar onze vorm is vogelvrij. Die moeten we aanpassen aan de tijd.

De vergelijking die ik in het begin maakte gaat natuurlijk niet op, maar wellicht ben ik wel een deel van uw vaste meubilair en als zodanig en ook als voorzitter van de Passiespelen, de Passiespelen die als patrones hebben uw medestichteres moeder Maria Helena Stollenwerk, wil ik de congregatie van harte feliciteren met dit prachtige jubileum en U ook toewensen dat de inspiratie van de Heilige Geest, aan wie U uzelf hebt opgedragen, U verder mag vergezellen en de weg mag wijzen op de golven van het elan van uw stichters.

Wim Beurskens