In memoriam: Annie Beurskens

21 juni 2014

Enkele dagen geleden vroeg iemand An of ze tevreden was over haar leven. Ja, zei ze, ik zou niets anders gedaan hebben. Ik heb nergens spijt van.

An heeft 42 jaar op dezelfde plaats gewerkt in Huize Roncalli in de bejaardenzorg. Ze is pas halve dagen gaan werken toen Mam ziek werd. Een jaar geleden werd ze zelf ziek en toen moest Mam háár gaan verzorgen.

Erg spectaculair klinkt het niet en op zijn minst zou An toch hebben kunnen klagen dat ze niet van haar oude dag heeft kunnen genieten. Maar dat heb ik haar nooit horen doen. Wel kon ze met groot genoegen en vol overgave klagen over de maatschappij en over de ontwikkelingen in de gezondheidszorg.

Maar over het feit van haar ziekte sprak ze zo niet. Ik had er natuurlijk nog wel graag twintig jaar bijgehad, dat wel. Maar dat was nu eenmaal niet zo.

En op mijn vraag of zij dan ’s nachts in de stille uren, verborgen voor ons, toch niet wel eens wanhopig was of angstig. Of dat ze ons wat wijs maakte om ons te sparen. Nee.

In het laatste jaar van haar leven hebben wij het samen nog heel mooi gehad en dat was aan haar te danken. Haar lichamelijke gezondheid liet het toe en de slechte vooruitzichten, daar liet ze zich niet door storen. Van de laatste Kerstmis en Sinterklaas zei ze  … je kunt wel denken dat dit de laatste keer is. Maar dan maak je jezelf gek.

Ze is het hele jaar nog naar de schildergroep geweest. Toen pas de diagnose bekend was heeft ze daar een toespraakje gehouden over wat ze had en wat de vooruitzichten waren. Dan weten ze dat ook, dan hoef ik het er niets steeds over te hebben … zei ze.

En toen ik haar enkele weken geleden zei niet te verwachten dat de volgende uitslag in het ziekenhuis nog zo goed zou zijn, toen zei ze –toch met een traan- ... dat voel ik ook wel. Maar ik wil geen chemo.

Op dit ogenblik is An een voorbeeld voor ons allen. Maar verder In het dagelijks leven was ze een onopvallende verschijning. Zij mopperde er wel eens over dat ze soms op een terras niet eens bediend werd, omdat ze haar niet zagen zitten. En toen we nog verre reizen maakten hoefde ik nooit de koffers open te maken aan de grens als ik An naast me had lopen. En anders wél.

An was er altijd. Ik ken het huis niet anders dan met An, binnen of buiten in haar schitterende tuin, die haar gebed was. En An zorgde voor de familiebanden. Geen verjaardag mocht worden overgeslagen. Al was het nog zo laat met het werk. We moesten er zijn. Ik heb geen kinderen, zei ze, maar toch heb ik altijd in de kinderen gezeten.

In haar laatste ziekbed kwam dit ook wel heel duidelijk naar voren, zoveel engelen als aan haar bed verschenen om haar te helpen. De meest directen wel Monique en Jolanda, maar verder uit de familie, uit de levenslange vriendinnen, de buren. En dat was niet om de verzorging alleen. Ze beleefde tot het laatste plezier aan hun bezoek. Zoals aan de kleine Noah. En toen zij verleden zaterdag toch niet meer de aandacht zoals anders voor hem kon opbrengen wisten we dat het afgelopen was.

Maar ze hield de regie in eigen handen, niet ten bate van haarzelf, maar om de anderen. Vóór Pinksteren zei ze nog. Ik wil niet de communie van Joep in de war sturen en Jan en Jolanda moeten eerst maar eens terug zijn van hun weekend op Mallorca.  

Maar daar kwam nog iets tussen. Ik had haar al weken vanuit de kerk de communie meegebracht. Hoewel ze geen grote kerkganger was. En de vorige week wilde ze ook nog de laatste sacramenten ontvangen. Daar waren twintig mensen bij en An zat rechtop in bed. Met de leesbril op om het boekje te kunnen volgen en de bril even afzettend als de pastoor iets aan haar moest doen, olie of wijwater bijvoorbeeld. Ruuk waal lekker … zei ze.

Dit doet me denken aan een traditie uit de Islam. Die zegt dat als iemand op het laatst van zijn leven nog blijmoedig is en geen angst heeft, dat hij dan rechtstreeks naar het paradijs gaat.

Ja, die regie. Toen ik haar vroeg of er gewaakt moest worden. Nee, vannacht nog niet. En toen is het bij één nacht gebleven.

Haar leven is mooi geweest. Dat vond ze zelf ook. Haar werk bijvoorbeeld. De viering van haar veertigjarig jubileum op Roncalli heeft ze bijzonder gewaardeerd. Ze heeft er maanden over gesproken. Een hartstochtelijk dierenvriendin was ze ook. Mijn vader moest indertijd haar hond opvoeden. Sinds hij er niet meer is zijn ze allemaal verwend geweest. En ook het reizen. Daar was ze altijd voor te vinden, ook ver en lang. De laatste jaren naar ons vaste adres op Kreta, in Elounta, naar onze vaste bar, vast restaurant, vaste iconenschilder en vaste kerk.

Laatst had ze in haar kamer boven gelegen en om zich heen gekeken. En toen zag ik dat ik eigenlijk niets heb… zei ze. En daar moest ze om lachen. Wetend dat ze alles had.

Dat is gebleken in haar laatste dagen. Ze kon in de laatste dagen ook die woorden uitspreken die zo insnijdend zijn op het sterfbed, namelijk dat mensen om haar heen het goed hebben gedaan.

Zij wordt zo straks begraven in het graf van haar eigen moeder, een graf van 51 jaar oud. Want An was acht toen haar moeder stierf. Dat ze bij haar begraven wordt, dat heeft ze zelf ook zo geregeld. Dan komt daar tenminste een nieuwe steen op ... zei ze.

Afgelopen zondagmiddag was er natuurlijk een bijzonder dramatisch moment toen An stierf – iedereen was er weer bij - en er hing een uiterst bedrukte sfeer. Weten jullie dat dit in een mensenleven eigenlijk een feestelijk ogenblik is? … zei ik wat later. Eindelijk de  ontmoeting met Jezus zelf. Wie dat gelooft krijgt nu bubbeltjeswijn. Dat zou An zo hebben gewild. Nou, er waren er best veel die bubbeltjeswijn wilden. Ik denk dat An dit ook zo geregeld heeft. Doodgaan op zondagmiddag als iedereen er is.

An was eenvoudig, zonder poeha en ze heeft altijd gewerkt. Dan moet ik ook aan de woorden van Gerard Reve denken …

Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar verlamde oude mensen wast, in bed verschoond, en eten voert, zal nooit haar naam vermeld zien.

Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij vóór dit of tegen dat is, het verkeer verspert, ziet ’s avonds zijn smoel op de tee vee.

Toch goed dat er een God is.

Dat een eenvoudig leven zonder sterren bestormende ambities toch zo’n succes kan zijn. Dat heeft An ons geleerd, haar hele leven al, maar in haar laatste jaar was zij daarin groots en uitzonderlijk.

Aan de hemelpoort kan ze zeggen op de vraag wat ze gedaan heeft … 42 jaar op Roncalli gewerkt. En verder mijn best gedaan. En dat is goed zo. Beter kan het niet.