Toespraak uitvaart Tiny

Vrijdag, 5 augustus 2016 ( overleden op zondag 31 juli)

 


Tiny Smeets was onze oude buurvrouw. Ik ken haar sinds ik herinnering heb. Zus werd ze genoemd en ik heb lang niet geweten dat ze eigenlijk Tiny heette. Mijn eerste beeld van haar was dat ik televisie ging kijken bij haar en haar moeder. Zus had één van de eerste televisies in de buurt, omdat ze bij de Philips werkte. U weet wel, zo’n diepe kast, een klein beeldscherm met afgeronde hoeken en vijf knoppen eronder. Op dat scherm heb ik bijvoorbeeld de opening van het Tweede Vaticaanse Concilie gezien. Zo lang ken ik haar dus al en daarom mag ik misschien iets over haar zeggen, nu bij haar afscheid.

En wellicht ook omdat zij al die jaren bijna deel is geweest  van onze familie. Zus was er altijd bij. Dat kwam misschien mede omdat zij haar hele leven ziekelijk was. In haar kinderjaren verbleef ze al enkele malen in Bunde, een begrip in onze streken, en in de zestiger jaren werd ze afgekeurd voor haar werk.

de Moeder Gods van CzestochowaDat gaf haar wél de gelegenheid om voor haar moeder te zorgen, wat ze met groot plichtsgevoel en vooral liefde heeft gedaan. Toen moeder Lies wegens voortschrijdende zieke en invaliditeit opgenomen moest worden in een verpleeghuis, was dat een grote slag voor haar en ze ging iedere dag naar haar toe, twee jaar lang.

Lies had een keer toen ze ziek was tegen mij gezegd … let je ook een beetje op Zus? Dat had ze eigenlijk niet hoeven te vragen, want alles ging gewoon door. Zus was er altijd al bij.

Je zou zeggen … zo iemand zal zich alleen wel niet redden. Maar dat is toch meegevallen. Ze had al eerder haar rijbewijs gehaald en ze is vaak in haar eentje op een zondagmorgen voor vakantie naar Friesland gereden naar haar zus en schoonbroer, Mia en Wim, en naar hun grote familie waar ze altijd welkom was. En enkele weken geleden zei ze nog … we moeten nog eens naar Friesland gaan … en dat hadden we eigenlijk al afgesproken, want alleen die afstand rijden, dat kon ze niet meer en logeren, dat kon ze ook niet opbrengen, dus in één dag op en neer.

Zus kwam de laatste jaren nauwelijks meer de deur uit en ze was blij met haar TV en radio. Maar toen ze begon over een computer, had ik daar twijfels over, maar als Zus zich iets in haar hoofd had gezet, dan kreeg je het er niet gemakkelijk meer uit en de computer kwam er en daar heeft ze veel genot van gehad, bijvoorbeeld van de spelletjes en van de mailtjes ven Bep en uit Friesland.

Als ze mij opbelde om een probleem aan de orde te stellen, dan hoorde je haar stem piepen vanwege haar astma, omdat ze opgewonden was, dan wist je dat er iets was met de gezondheid of met de computer. Maar ze piepte erger als er iets met de computer was.

Zo heeft zij zich gered al die jaren. Zus was een heel eenvoudig mens, maar ik zei net al dat als zij zich iets in haar hoofd had gezet, dan kreeg je het er niet zo gemakkelijk meer uit. Wat ze zich ook in haar hoofd had gezet was dat ze niet uit de bovenverdieping in de Antoniusstraat weg wilde. Zie je, ik kan de trap nog goed op en af. En dat deed ze dan voor.

En ze wist dat er dan ook wel iets kon gebeuren, zoals vorig weekend. Daar zou ze nooit iemand een verwijt over maken. Ze was blij met alles wat de mensen voor haar deden, maar de deur uit - dat nooit. Daar hoefde niemand over te beginnen. Nooit weg van haar thuis. Haar gebed is verhoord. Want ze bad er ook voor…

Zus was gelovig. Vroeger ging ze altijd naar de kerk en later keek ze naar de mis op de televisie en dan nuttigde ze de hostie die Jan haar vaak meebracht uit de kerk in Asselt.

De laatste maanden werd een avondje bij ons te vermoeiend en dat was achteraf een veeg teken, de gezondheid ging achteruit op alle fronten. Haar noodzakelijke medicijnen bezorgden haar een argwaan die soms moeilijk was voor de mensen om haar heen, maar vooral kwellend voor haarzelf.

Zoiets wat gebeurde afgelopen weekend hebben we al lang zien aankomen. Het heeft zo moeten zijn. Ons geloof zegt dat eenvoudige mensen hierboven net zo ontvangen zullen worden als de groten der aarde en vaak zelfs beter. Moge dat zo zijn voor Zus. Daar bidden we vandaag voor. En moge Zus zelf ook ons begeleiden op onze weg, want ze kan nu zeker meer dan vroeger.

Toen de deken bij de bediening zondagmiddag zei tegen haar, alles is good, doe höbs ut good gedoan, toen zag ik dat ze blij was met die woorden. Een lang leven van een eenvoudige mens was tot een einde gekomen. Het ogenblik had iets stralends. Aan de poort van de hemel zijn we allemaal groots. Het was harmonisch en mooi.

 

Wim Beurskens