Column Beurskens: wie mag er tot de communie?

Wim Beurskens

Deze week stond er in de krant, dat een priester de organist van zijn parochie na zijn scheiding te verstaan had gegeven, dat hij niet meer tot de communie kon gaan. Hij mocht echter wél nog orgel blijven spelen. Nu komen de actieve katholiek wel wekelijks zaken ter ore, die wijzen op de deerniswekkende staat van ons arme bisdom hier in Limburg. En vaak hebben die zaken nog wel een komische noot, zoals ook deze affaire. Als men daar echter steeds over moest schrijven, dan kwam men aan werken niet meer toe en een mens heeft tenslotte wel wat anders te doen. De komische noot voorkomt gelukkig ook, dat men 's avonds vaak zijn peluw nat moest schreien over deze dingen.

Het onderwerp waar het hier over gaat zingt echter steeds maar rond, terwijl iedereen, die dat wil in de kerk gewoon de communie krijgt. Binnenskamers zeggen ook allen, dat je niemand de communie kunt weigeren, maar men praat er niet over in het openbaar. Een mooie, katholieke oplossing dus. Zoals bijvoorbeeld ook die over de onfeilbaarheid van de paus. Iedere katholiek moet geloven in de onfeilbaarheid van de paus, maar pausen doen sinds de proclamatie van het dogma gewoon vrijwel nooit onfeilbare uitspraken. Zoals ik er eergisteren ook één hoorde van een priester, die in Afrika had gewerkt, over polygamie. Tegen de man met de vele vrouwen werd gezegd, dat hij er één moest kiezen om mee te trouwen. De rest waren dan zijn zussen.

Bij het verbieden van de communie aan gescheidenen gaat het echter om een probleem, dat te groot is voor de katholieke oplossing. Dit is geen onderwerp om maar met een stille glimlach aan voorbij te gaan, zoals daar dus nog wel enkele andere kleine puntjes zijn in de leerstelligheid. En het is overigens misschien maar goed ook dat die blijven bestaan, want anders zou de kerk perfect zijn en die gedachte alleen al is niet goed voor haar.

Natuurlijk is het taak van de kerk bibliotheken vol te schrijven over morele kwesties, en zeker ook over de heiligheid van het huwelijk. En de gelovige moet dat alles zeer ter harte nemen en betrekken in zijn gewetensonderzoek. Natuurlijk wordt er veel te veel gescheiden. En de kerk mag daar niet over zwijgen. Het is een bedreiging van de orde in de menselijke gemeenschap, want de liefde Gods wordt gedwarsboomd en zo ook de liefde tussen de mensen.

Ook gaat het hier niet over mensen, die oneerbiedig met de hostie omgaan -na sommige begrafenissen vindt men de hosties door de kerk heen terug- en niets geloven van wat er tijdens de communie gebeurt. De meeste priesters zouden er geen moeite mee hebben de suisse met de hellebaard achter hén heen te sturen en dat moesten ze nog veel meer doen ook. Maar een onoverkomelijke weerzin verhindert de meesten toch de hostie te weigeren aan iemand, die met een oprechte bedoeling naar de communiebank komt, en dat is een intuïtie, die van werkelijk weten komt.

Zo ook weigerde kardinaal Ratzinger niet de communie aan Roger Schütz van Taizé, toen hij tot de communie ging op de begrafenis van Johannes Paulus II bij de kardinaal zelf. En als er van iemand al bekend was, dat hij volgens de letter der wet niet aan de communiebank thuis hoorde, dan was hij het wel. Dus de eerste die op de grootste begrafenis uit de geschiedenis van de mensheid bij de hoofdcelebrant en latere paus tot de communie ging voor de ogen van de hele wereld was geen katholiek en hij kreeg zonder morren de communie. Jezus moet er zelf achter gezeten hebben. Zo werd ook onze oude Koningin, prinses Juliana, de communie niet geweigerd op het huwelijk van haar kleinzoon. Ze was  naar ik hoor in haar leven al heel vaak katholiek tot de communie geweest. Dat men daarna de kerkelijke autoriteiten zich in allerlei bochten ziet wringen om er nog een draai aan te geven, dat is nu eenmaal die komische noot, die als men haar niet als komisch ziet alleen maar aanleiding geeft tot tranen en tranen zijn slecht voor een mens.

Juist omdat wij geloven van de hostie, wat wij geloven, kan de communie nooit door een gewone sterveling worden geweigerd aan een medemens. Juist omdat het een sacrament is. De communie is de ontmoeting met Jezus zelf. De mens zit erbij aan het Laatste Avondmaal. Door het sacrament is de gelovige één van de leerlingen die daar zaten. Daar is dan geen 2000 jaar meer tussen. De communie is de vereniging van de mens met Jezus Christus. En Jezus zelf heeft hem uitgenodigd.

De communiebank kan worden benaderd door iedere oprechte mens. Wie bepalen of iemand oprecht is, zijn degenen die tot de communie gaat en Jezus zelf. En wat Jezus over die ene mens zegt, dat weten we niet. Ik zou het zelf nog niet eens durven te denken, dat ik, die de communie uitdeel en net tot de communie ben geweest, wél waardig ben en de degene die daar aan komt niet. De koude rillingen lopen me over de rug, als ik alleen al even met de gedachte speel. Ik zou me een farizeeër voelen. Het is niet voorstelbaar, dat iemand zo vermetel zou zijn tegen een medemens te zeggen ... Jezus wil jou niet. Jesus hates you. Terwijl Jezus zelf erbij staat. Hij heeft gezegd, dat hij is gekomen voor de zondaars en de zieken, want de gezonden hebben geen dokter nodig. En de zondaar die in Hem gelooft is al gered. Niemand is te min. Niemand wordt afgewezen dan alleen hij die dat zelf wil. De verloren zoon, Maria Magdalena, de overspelige vrouw, de arbeiders van het laatste uur. Zij stonden bij Jezus vooraan.

Er gaan weinig heiligen tot de communie en mochten die er wel tussen lopen, dan weten we dat waarschijnlijk niet van ze. En er zitten ook weinig heiligen onder hen, die de communie uitdelen en mochten die er wel tussen zitten, dan weten we dat waarschijnlijk ook niet van ze. Niemand die ook maar iets begrijpt van de katholieke eucharistie kan zich toch ooit waardig genoeg vinden om tot de communie te gaan. Niemand,  maar Jezus zélf vindt het toch goed. En als je iets gelooft van de eucharistie, weet je dat het weigeren van de communie een extreem gewelddadige en agressieve daad is. Iemand die meent zich zoiets te kunnen veroorloven, legt er getuigenis van af dat hij nauwelijks tot de buitenste van de heilige mis is doorgedrongen. Want je gaat er toch niet van uit dat iemand zoiets bij volle verstand en bewust doet.

Selectief zijn aan de communiebank is waarschijnlijk ook een gnostische ontsporing, een gebrek aan geloof in de Heilige Geest, wat Fjodor Dostojewski verweet aan de Groot-Inquisiteur en wat Jezus verweet aan de farizeeër. Het is de stille en giftige twijfel aan de verlosbaarheid van de mens. Het weigeren van de communie aan mede-zondaars is een overwinning van de wet op Jezus, van de farizeeër op Jezus. Het is dezelfde soort vergissing als die ertoe leidde ongedoopte kindjes buiten de kerkhofmuur te begraven. Het is een robotisering van het sacrament, een devaluatie van het sacrament tot een instrument. Daar heb je uiteindelijk Jezus niet meer bij nodig.

Als je in Hem gelooft, weet je niet wie er nog gered wordt, want voor God is alles mogelijk. Als je meent dat je het wél weet, dan is dat inderdaad waarschijnlijk een gnostische ontsporing, zoals er zo vele in de geschiedenis zijn geweest. Het is een concessie aan het idee dat de mens zelf zijn verlossing kan regelen. Als je maar aan bepaalde regels houdt, ben je wel gered en heb je Jezus begrepen. Aangezien de gnosis in haar wezen nooit levensvatbaar kan zijn, zal ook deze escapade wel overgaan. Maar nu zitten we er toch maar mee.

De uiterste consequentie is dat je tenslotte ook de vrije mens niet meer nodig hebt in dit systeem. Dan ben je aangekomen bij het derde trefwoord, dat toepasselijk is in dit verband, behalve dus farizees en gnostisch. Dat trefwoord is het westerse denken als meest actuele uiting van gnostiek, weten dus in plaats van geloven. Dan bereik je samen met de westerse cultuurpessimisten een griezelig punt van overeenkomst. Het is de ravage aangericht in het subject door de westerse consumptiemaatschappij met de vrijheid van de mens op het offerblok. Ook een gemechaniseerd sacrament heeft de vrije mens niet meer nodig. Het westerse denken maakt tenslotte de mens tot robot zoals zelfs de atheïstische filosofen al beweren. De kerk volgt hierin door deze omgang met het sacrament.

Tenslotte is daarmee het weigeren van de communie een symptoom van het onvermogen van de kerk om op profetisch-kritische wijze tegenover de westerse maatschappij te staan, want het is in feite een concessie aan haar denken. Een symptoom, maar misschien ook wel de oorzaak, want als je op zo beperkte wijze denkt over het wezen van je kerk, de eucharistie, dan is het misschien ook wel een oorzaak van je onvermogen om iets te betekenen in onze westerse wereld.

Een kerk die farizees, gnostisch, en westers bezig is. Een mens moet toch eens af en toe zijn hart kunnen luchten. Maar evengoed, het weigeren van de communie is in feite een concessie aan dit alles. Het wordt door voor- en tegenstanders als iets vreselijk belangrijks gezien. En dat is terecht. Dan zal een analyse het ook wel niet zonder grote woorden uit de kerkelijke geschiedenis kunnen stellen.

Godzijdank wordt op dit punt van de communie op algemene schaal burgerlijke ongehoorzaamheid gepraktiseerd en dat moet ook. Priesters praten er niet over en geven iedereen de communie. Het nadeel van deze katholieke oplossing is dus, dat het wel lijkt dat deze laatsten iets fout doen en slap zijn. De anderen, die de communie weigeren, lijken dan echt overtuigd en goed bezig, terwijl het juist andersom is. De heilige rest, zoals zij zichzelf vaak ziet, wijkt af van de katholieke traditie, waarbij hopelijk ten overvloede wordt opgemerkt, dat deze gedachtegang op geen enkele manier iets afdoet aan de vervreemdende invloed die de zonde op de mens heeft. Daar gaat het hier echter niet over.

Het sacrament van de eucharistie is niet iets waarmee je iets kunt regelen of sturen. Het is een genade Gods, die de kerk net zo goed maar overkomt als de individuele zondaar, en waarover ook de kerk alleen maar blij en verwonderd om mag zijn. De grootsheid van de katholieke eucharistie kan niet door een menselijke pen worden beschreven. Zij redt het leven van een mens. Daarom heeft zij de bescherming van de letter van de wet niet nodig. Mogen wij in de eucharistie zijn als die ene leerling, die bij het graf kwam op paasmorgen en die van zichzelf zei ... hij zag en geloofde. Zalig Pasen.