Column: Cynisme

Laatst hadden ze het in Nova over cynisme in de politiek. In verband ook met Obama. Er is daar vaak zo’n Amerika-commentator, Maarten van Rossum, en hij kan er wat van. Bovendien is hij nog erg grappig ook. En Barack Obama heeft het zelf regelmatig over het cynisme. Niemand geloofde dat hij gekozen zou kunnen worden, als zwarte. Zelf had ik het ook niet verwacht. Ik dacht dat de democraten alleen een kans maakten met Hillary Clinton. Daarmee had ik buiten de waard gerekend, namelijk de kredietcrisis en de schuldenlast van Amerika. Iedere Amerikaanse president wordt uiteindelijk afgerekend op de economie. Aan de benzinepomp dus. Een president die 10.000 miljard dollar aan schuld achterlaat - dan is er plaats voor het andere uiterste, zelfs een zwarte.
Cynisme is gegrond in de werkelijkheid. De rij anekdotes die dat kunnen bewijzen is eindeloos. Ik beperk me hier tot de media en de politiek in de Westerse wereld, omdat hun pretentie zo groot is. En alles wat eraan hangt in de intellectuele wereld, historici, politicologen en iedereen, die als premisse voor zijn bestaan wel moet aannemen, dat het ergens over gaat in de politiek. Die pretentie is wél wezenlijk voor het cynisme. Immers je kunt niet cynisch zijn over een publiek figuur, dat zelf al zegt dat het niet deugt of niets te zeggen heeft.
En dan beperk ik me nog tot de Verenigde Staten, omdat zij zo’n gemakkelijk doelwit zijn. De Amerikaan is erg kwetsbaar voor spot. Daarom houdt hij helemaal niet van cynici, van wise-guys, van smart-aleks, vooral niet als ze gelijk hebben. Hij gelooft in zijn systeem, al sneuvelt hij er zelf aan. Menigeen die nu uit zijn huis wordt gezet zal niet willen beseffen dat dit komt door het systeem, dat hij zo bemint.
Politici en media willen nooit dat we ons cynisch uitlaten, omdat zij er zelf de belangrijkste bron van zijn, want de grootste cynici zitten in politiek en media zelf. Wat op de dag van 9-11 iedereen wist, is dat er een posse uitgestuurd moest worden. Het woord posse heb ik uit Arendsoog en Witte Veder. Als er in een dorpje in het Wilde Westen een misdaad was begaan, verzamelden zich een groepje mannen. Dat reed dan uit om de misdadiger te pakken. Dat eiste de volkswoede. En zij moesten met iemand thuis komen, liefst, maar niet noodzakelijkerwijs, met de dader. Bij voorkeur wél met een slechterik. En die werd dan gelyncht.
Blijkbaar zijn er politici geweest die zich op de dag van 9-11 al -zelfs in het aangezicht van al dat leed- hebben gerealiseerd dat er nu een oude rekening te vereffenen viel. En wel met Saddam. Inderdaad, het volk eiste een posse, het heeft er een gekregen en het heeft geen traan gelaten om Saddam. Amerika speelde hiermee al-Qaida enorm in de kaart, want dat heeft absoluut niets op met moderne, Arabische dictators, wat dat betreft ook niets met moderne, Arabische staten. Het zijn sta-in-de- wegs voor haar ideologie.
Internationaal recht, regels voor gevangenen, zoals in Guantanamo, vrijheid van de pers, al die doden in Irak, het maakte allemaal niets meer uit. Verbazingwekkend hoe snel alles overboord ging. Principes verdampten net zo snel als het geld in de kredietcrisis. In een crisis baat dus geen enkel systeem, hoe beschaafd en tijdsbestendig het ook pretendeert te zijn. En iedereen wist toch van te voren dat er geen weapons of mass destruction waren? Nog geen pot gevaarlijke verf is er in Irak gevonden. Maar ook dat deerde niemand. Een beetje opstand bij de BBC met die chemicus die later zelfmoord pleegde leidde tot een zodanige ingreep bij de omroep, dat er sindsdien niet meer naar te luisteren is door het stuitende conformisme. En er was vrijwel geen protest uit de bevolking. De bevolking was het er mee eens.
Als je cynisch bent over politiek en media in de Westerse wereld, kun je dat allemaal goed verdragen en is het zelfs amusant. Als je gelooft in de instrumenten van de democratie, dan is het haast niet te hebben. Wat uiteindelijk wél iemand deerde is het geld dat het gekost heeft. En dan krijgt de leider van de posse de schuld. Echter Bush was indertijd niet in de positie zijn ziel in zaligheid te bezitten en niets te doen. Dat had niemand genomen. Daarentegen had alles wat hij deed Amerika zelf beschadigd en dat heeft het gedaan. al-Qaida kan rustig achterover leunen. Ze hoeven echt geen vliegtuigen meer te kapen. En als de Amerikaanse president voorbij komt hoeft men echt geen putdeksels meer dicht te solderen. Want het gaat vanzelf mis. En toch was geen andere koers mogelijk dan deze.
Een vergelijkbaar geval was Kennedy, die werd gered door zijn ontijdige dood. Anders was hem de Vietnam-oorlog zeker aangerekend, want hij was er zelf mee begonnen. Anderzijds moest hij hem ook beginnen. Daar is iedereen het ook over eens. Na de Varkensbaai en het rakettenconflict met Nikita Chroesjtsjow. Een Amerikaanse president, -de machtigste man in de wereld, zo zeggen de onnozelen-, heeft niets te zeggen. Hij kan alleen rustig voortdobberen op de baren van de geschiedenis en als die wat hoog stijgen heeft hij pech gehad.
Reagan en Eisenhower waren gewoonlijk op vrijdag tegen de middag al vrij, want dan hadden ze het werk meer dan ruimschoots af. Langer konden ze het echt niet rekken. Dan gingen ze naar Camp David. Mirabile dictu wordt Reagan nu als één van de grootste presidenten afgeschilderd. Dat was ten tijde van zijn ambtstijd zeker niet zo. Heel vaak werd hij voor onwetend en zelfs kinds versleten. Misschien is het inderdaad wel zo, een president die zich voegt in de geschiedenis, dat zijn de besten. Reagan vond het een show en meer is het ook niet. Toen Arnold Schwarzenegger gouverneur van Californië dreigde te worden, sloegen de media in een knoop en werd hij uitgekreten voor een stuk onbenul, dat het nooit zou redden. In feite doet hij het fantastisch. Om dezelfde reden.
Leo Tolstoj beschrijft in Oorlog en Vrede maarschalk Koetoezow, die bevelhebber van het Russische leger was ten tijde van de Napoleontische veldtocht. Hij verloor elke slag en trok zich alleen maar terug. Tijdens de bevelhebbersvergadering vóór de slag bij Borodino viel hij in slaap. Hij wist dat ze de slag zouden voeren en verliezen. Tienduizenden soldaten zouden voor niets het leven laten in de koude en mistige vroegte van de volgende morgen, maar als er toch niets aan te doen is, kun je net zo goed wat vóórslapen. Ondertussen beschrijft Tolstoj geniaal de onbenulligheid van de bevelhebbersvergadering, de retoriek en de hemeltergende domheid ervan. Koetoezow liet Moskou aan de Fransen. Toen staken de bewoners de stad in brand en gingen er met al hun personeel vandoor naar hun landhuizen. Vervolgens moesten de Fransen midden in de winter terug naar Frankrijk. Een behoorlijk gedeelte van hen bevroor onderweg bij de Berezina. En Koetoezow werd door de tsaar ontslagen, omdat hij ze niet nog in de pan had gehakt. Maarschalk Koetoezow is de held van Tolstoj, want geschiedenis wordt niet gemaakt door de leiders, maar door het volk. Niemand krijgt 500.000 mensen zo gek vlak voor de winter Rusland te willen veroveren, zelfs Napoleon niet, als ze dat niet zelf willen. En als de geschiedenis een Hitler nodig heeft, vind je er drie in een straat. Dat is de Tolstojaanse theorie.
Tolstoj heeft zogezegd het historisch cynisme in de bellettrie verwerkt, maar hij heeft meteen ook de schuldige aangewezen. Leidersfiguren zijn irrelevant. Dit geldt a fortiori voor de democratisch gekozen leiders. Volgens Plato is de enige goede politicus degene die je er met de haren bij moet slepen en dat is in de democratie wel anders, want wat een mens moet doen om in een democratie boven te komen drijven leidt ertoe dat er in de visie van Plato nauwelijks één kan zijn die deugt. Er is een serie the making of the president over iedere presidentsverkiezing in de verenigde Staten sinds 1960, in het begin van de hand van Theodore H. White. Buitengewoon onderhoudende lectuur, maar je wordt er wél cynisch van. De leugen regeert ... zo zegt de Majesteit. En erger. Op de TV hoorde ik in een New-Yorks café iemand zeggen over een andere presidentsverkiezing ... they would exenterate ( of eviscerate) their own mother to get the job. Zij zouden de darmen uit hun eigen moeder snijden om de baan te krijgen.
Het omgekeerde zie je bij de erfelijke troonopvolging of bij mensen die toevallig op een hoge positie komen. Het gaat dan vaak verbazingwekkend goed. Zij doen het net zo goed en meestal beter dan de gekozen leiders. Zoals in het geval van Sonja Gandhi. Om over de verkiezingen van de paus en van de Dalai Lama nog maar te zwijgen. En hoe lang gaat het bij ons koningshuis al niet goed?
Het volk is dus de schuldige. Wat Bush over Moslims zegt of denkt, interesseert me niets, maar wat ik merk dat het gevoelen over Moslims is onder de gewone bevolking, de mensen bijvoorbeeld die op mijn spreekuur komen, dat verontrust mij, want dat hoopt zich een keer op. Hier zit ook iets in van karma. De mens aan de basis heeft de macht, maar niet om de redenen van de moderne democratie, want die macht had hij al lang vóór de democratie bestond. De verantwoordelijkheid voor goed en kwaad ligt bij de mens zelf. Als een groot aantal mensen in hun eigen kleine wereld zijn best doet is een gemeenschap stabiel. Is dat niet zo, dan gaat het mis.
Een gedoseerd cynisme dus, geïnjecteerd op de juiste plaats in een juiste hoeveelheid is zeer heilzaam, want ik ken genoeg mensen, die zich écht ergeren op de politiek, die écht zo'n onderzoek naar de deelname van Nederland in Irak willen, omdat ze écht niet weten wat eruit komt, en vervolgens overstuur zijn over wat er dan uit komt. Wat een verspilde energie voor niets. En verder is het al te serieus kritiseren van de politiek vaak ook maar een excuus. Dan hoef je het niet bij jezelf te zoeken.
Cynisme als levenshouding is levensgevaarlijk, maar cynisme over politiek en media is de houding van de verstandige mens. In de kwestie over Irak heeft Balkenende zonder twijfel alleen een onverwacht telefoontje van Bush gehad. Sidderend, maar toch in glorie, heeft hij meteen ja gezegd. Daar is later het hele verhaal omheen gebouwd en dat mag natuurlijk nooit uitkomen, want het bevestigt de cynici. Balkenende die moet spreken op de begrafenis van zijn vader en die dan niets beters weet dan te citeren uit een condoleance brief van Obama. Dan weet je toch genoeg. Dan heb je toch geen parlementaire enquête meer nodig.
Er kan nog een zaak voor worden gemaakt, dat Blair brilliantly wrong was, maar bij Balkenende ging het waarschijnlijk nergens om. En Blair heeft misschien zelfs wel berouw, want hij is katholiek geworden. Kort door de bocht, ik geef het toe, maar een rol daarbij zal toch zeker wel hebben gespeeld, dat Johannes Paulus II hem recht in het gezicht en van het begin af aan heeft gezegd dat de oorlog in Irak fout was. Maar Johannes Paulus keek dan ook niet naar de televisie. Hij schijnt alleen een oude, gammele zwart-wit televisie gehad te hebben, terwijl hij zelf toch de ster van de beeldbuis was.
Toch is cynisme een gevaarlijk tijdverdrijf. Er is het gevaar dat je de schepping en het bestaan niet serieus neemt. Het gif kan zich over andere gebieden van je leven uitspreiden en dat is heel erg ongezond. Eigenlijk fataal, de eerste schreden op weg naar de hel. Cynisme is alleen gerechtvaardigd, als je echt wat beters te doen hebt en dat ook werkelijk doet. Het moet blijven bij amusement. Het mag geen levenshouding van misantropie worden. Alles wat je cynisme je aan bevrijding geeft van het openbare leven, moet er aan positieve energie in je kleine wereld bij komen. Want daar zit de echte macht van de mens. Cynisme mag eigenlijk helemaal geen energie kosten. Het is iets voor ontspanning op het einde van de dag, als je toch niets meer kunt. Vroeger riep ik als ik thuis kwam van een drukke dag werk steevast ... nu iets met bloed en sex. Op de TV wel te verstaan. Tegenwoordig mag het ook Nova zijn, want dat is nog erger en nog meer ontspannend.
Als je je cynisme zou presenteren aan Teresa van Avila of Benedictus, zouden ze zeggen ... Mens, maak je toch niet moe om niks. Spoel je mond of ga biechten. Zorg voor je eigen ziel, dan heb je de handen meer dan vol. Iedere heilige weet, dat het publieke leven niets voorstelt. Het is de wereld ... zeggen ze dan en daar is niets anders van te verwachten.
Er zijn twee uitzonderingen op deze theorie van een gerechtvaardigd cynisme over het publieke leven. Hitler was een symptoom. Napoleon was een symptoom. Beiden waren geen oorzaak. Wél waren het slechte mensen bij alle standaarden, hoewel je in het geval van Napoleon daar bij de Fransen nog niet eens mee hoeft aan te komen. Zo zou Obama ook een symptoom kunnen zijn van een wending ten goede. Laten we dát hopen. Dat zijn verkiezing toch niet alleen veroorzaakt werd door de slechte economie, want die zal hij voorlopig wel niet ten goede kunnen keren. Laten we ervoor bidden dat zijn verkiezing een symptoom was van een nieuwe geest onder miljoenen mensen, want dat heeft wél echt invloed.
De tweede uitzondering zijn de profeten en het profetische in ieder mens. Profeten, kunstenaars, martelaren, maken wél verschil uit. Veel onderscheid is er trouwens niet tussen deze drie, want een beetje kunstenaar bijvoorbeeld is toch een bloedgetuige. Ieder mens heeft iets profetisch in zich en dat kunnen leiders van de weeromstuit ook wel hebben. Zoals onze koningin bijvoorbeeld in haar opvatting van haar roeping. Haar preken, zoals zij die zo mooi houdt met Kerstmis. Dat zijn de besten en als het volk zich er wat van aantrekt -wat ik zeker geloof- dan heeft zij ook nog macht, en die ontleent zij dan aan het profetische dat ieder mens gegeven is. Dat bestaat namelijk wél echt. Als de Majesteit als een wilde fury - als het Russische bloed in haar kookt- haar gezin beschermt tegen de aanvallen van het crapuul, dan is dat een mooi voorbeeld voor de mensen. Daarom staat het volk ook als één man achter haar, zoals blijkt uit de zeer ongewone resultaten van de opiniepeilingen. In opiniepeilingen is er nooit iets 80-90%, maar de steun aan haar is dat wél.
Sommige mensen die ik spiritueel vertrouw vertonen zo’n stille glimlach, als ze worden bevraagd over politiek en media. Soms lijken ze zich ook wat te verkneukelen. Dat is dan toch blijkbaar het enige wat er overblijft van cynisme, als je wijs geworden bent. En waarschijnlijk is dat de beste houding. Bij mensen die serieus bezig zijn met God en hun medemens hoor je niet veel van cynisme, hoogstens dus wel eens een flauwe glimlach, als er in hun bijzijn over politiek wordt gesproken. Ze hebben het er zelf nooit over en televisie kijken ze niet.
Dat is er van het cynisme overgebleven en dat hoort ook zo. In de Middeleeuwen was het gevaarlijk te reizen. Het was geen luxe tijdverdrijf. Er konden je zo in een holle weg bandieten en rovers in de nek springen en dan was het afgelopen. Daarom bad men van te voren om een goede reis. Voor de politiek kun je ook alleen maar bidden dat het goed gaat. Vertrouwen in het systeem is iets voor naïeve mensen. Ik las een stilistisch mooie brief van een vader aan Barack Obama, die het lot van zijn gezin in de handen van nieuwe president legde. Dat was helemaal off the mark. Zo zit het niet in elkaar. Hijzelf is echt één van de heel weinigen die iets kan doen aan het lot van zijn gezin.
Wat wij er in onze eigen kleine gemeenschap aan doen verbetert het karma -ook in vorm van kleinschalige politiek- en wat wij laten of fout doen verslechtert het. En dat is onafhankelijk van wat zich bij Nova of in de Tweede Kamer afspeelt. Wij hebben bijvoorbeeld het sociale paradijs waarin wij leefden écht zelf en heel democratisch afgebroken, niet Lubbers en zijn opvolgers.
Dat de geschiedenis zo in elkaar zit is geen cynische boodschap, het is in feite een boodschap van hoop. Want als het niet zo was, zou dat betekenen dat de macht inderdaad alleen maar in de handen van een paar mensen lag. De macht ligt in handen van ons, gewone mensen. En dat is een boodschap van hoop. Zelfs al kunnen we niet meer staken, zelfs al zijn we niet meer productief, zelfs als heeft de prestatiemaatschappij ons afgedankt. Het volk is zelf schuldig. Wij zijn toch de baas. Hoera.
Dit is nog een crypto-vastenpreek geworden en dat in hetzelfde weekend als een verlate kerstcolumn. Media en politiek zijn machteloos. Wij zijn het allemaal zelf schuld. Razza di vipere ... roept Johannes de Doper zo vol vuur in die film van Pier Paolo Pasolini. Ras van serpenten, adderengebroed. Als we allemaal aardig zijn tegen de melkboer, komt er geen oorlog. Dat is de wet van het karma. We zijn allemaal hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor de loop van de geschiedenis. De mens wordt noch vernietigd noch verlost door een systeem. Het systeem is nooit een excuus. Johannes de Doper preekte een doopsel van bekering. Niet aan de overheid in Jeruzalem, integendeel, bij de gewone mensen aan de Jordaan. Leven brengen om ons heen, dat kunnen we alleen zelf. Die macht hebben we en het kan altijd. In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen (Joh. 1,4). Dat gaat buiten alle structuren en systemen om en het is gericht aan ieder van ons persoonlijk.