Column over Apeldoorn

 

Op deze bladzijden gaat het vaak over de psychologie der uitersten. Daarom is er ook wel iets te zeggen over Karst T., die in Apeldoorn op Koninginnedag zichzelf en acht andere mensen dood reed. Daarbij schrijf ik dan niet over de gevoelens die ik er zelf bij ondervond. Ik had natuurlijk ook medelijden met de slachtoffers en hun naasten, met de mensen die dat inferno van nabij moesten aanzien, zoals de Koninklijke familie. En vanzelfsprekend heb ik ook voor ze gebeden. Maar zoals de Majesteit het verwoordde kan niemand het verbeteren. Dit beoogt daarom uitsluitend een koele en klinische analyse te zijn.

Onbegrijpelijk ... hoor je vaak. Een wanhoopsdaad. Een waanzinnige. Er werd gemeld dat de man niet had gedronken. Het was een Nederlander van geboorte. Geen allochtoon. Natuurlijk had hij niet gedronken en was het geen allochtoon. Het idee alleen al.

Het eerste wat je moet beslissen is of Karst T. gek was of slecht. Was het iemand die in het Pieter-Baan centrum voor ontoerekeningsvatbaar zou worden verklaard of moest hij de gevangenis in, als hij het had overleefd? Allebei kan niet, want zoals een oude leermeester vaak zei ... als je twee diagnoses nodig hebt om een ziekte te verklaren, dan zijn ze waarschijnlijk allebei fout.

Als je denkt aan een ziekte bij Karst T., dan zou het kunnen gaan over een paranoïde schizofrenie of een psychotische depressie. Of bijvoorbeeld over een soort Indonesische amokmaker. Ingmar Bergman beeldde zoiets prachtig uit in zijn film Vargtimmen ... het uur van de wolf, die je niet zonder koude rillingen kunt aanzien, zo gruwelijk is ze. Iemand die een hele familie uitmoordt en dan de hand aan zichzelf slaat zou zo iemand kunnen zijn, zoals de vorige week ook weer is gebeurd. Of sommige onbegrijpelijke, zeer gewelddadige, zelfmoorden. Het zou mij verbazen als aanwijzingen in die richting gevonden zouden worden in het onderzoek naar Karst T. Sporen van een psychiatrische aandoening zullen er niet zijn. Hij was dus niet waanzinnig. Juist zoals die jongeren in Amerika en in Duitsland die zoveel mensen vermoordden in scholen of universiteiten niet gek waren.

Een wanhoopsdaad anderzijds duidt op iemand die iets verschrikkelijks doet aan zichzelf of aan anderen uit wanhoop. En de bijgedachte is dan dat hij aan de wanhoop zelf niet veel kan doen. Het is hem ook maar overkomen. Mij lijkt dat het allemaal veel erger is. Ik zat zelf voor de televisie toen het gebeurde en ik had het gevoel erbij van een invasie van het kwaad, toen dat zwarte wagentje daar aan kwam stormen. Nee, geen daad van een waanzinnige, geen wanhoopsdaad. Het was op de eerste plaats iets verschrikkelijk slechts. Iets onversneden kwaads. Het lijkt een waarheid als een koe, maar wij hebben er toch moeite mee zaken zó puur moreel te bekijken. Ook de dokter heeft het graag over de jeugd van zijn patiënt of over zijn hersenbiologie en langs die lijn verdampt vaak het morele oordeel. De wetenschapper is niet gewend te redeneren in termen van het kwaad.

Dat is ook heel begrijpelijk, want het kwaad pur sang is iets waar we in het westen erg veel moeite mee hebben. Het kwaad bestaat alleen, als de mens een vrije wil heeft. En aan de vrije wil twijfelt de wetenschapper sterk. Dat komt, omdat de vrije wil alleen gelovig kan worden gefundeerd, want sinds René Descartes heeft geen filosoof, onafhankelijk van geloof, de vrije wil van de mens kunnen bewijzen of zelfs maar aannemelijk kunnen maken. Zelfs de allergrootsten niet, zoals Immanuel Kant, die sprak over de moraal als het categorisch imperatief. Het moet zeker maar ik weet niet waarom.

Als je Karst T. een slechterik wilt noemen of zelfs een duivel -en dat wil ik graag- moet je dus in God geloven. Het geloof doet het kwaad kennen en zonder geloof is er geen kwaad. Als God niet bestaat is alles geoorloofd ... zei Fjodor Dostojewski. Zonder God bestaat er alleen abnormaal gedrag, grotendeels onbegrijpelijk en nog onbegrijpelijker gemaakt door rationaliserende psychiatrische diagnoses, die verder niets verklaren. De nuance in de toespraak van de Koningin ontging denk ik niemand. Zij nam het woord sprakeloos in de mond, niet onbegrijpelijk en dat is een groot verschil.

Het was dus een daad van het kwaad, geboren uit ongeloof en zinloosheid. De man was door de duivel bezeten, maar die moet hij dan wel zelf hebben uitgenodigd. Zonder uitnodiging doet de duivel immers niets. Karst T. was een slechte mens en geen gek, in psychiatrische zin een heel normale en gewone mens, zoals ook Adolf Eichmann in zijn proces een normale en gewone mens bleek te zijn. Noem je zo iemand waanzinnig, dan onderschat je hem schromelijk, een levensgevaarlijke vergissing. Sporen van zinloosheid zal men in het persoonlijk leven van Karst T. zeker wél vinden. Van tatoeages die uiteindelijk niets betekenen hoorden we al en zijn computer zal wel vol zitten met rommel, porno en geweld met alles daartussen.

Een belangrijke kanttekening die hier moet worden gemaakt is dat er zoiets bestaat als het collectieve kwaad, waar het individu deel aan kan hebben. Het draagt daarmee de kwade daad niet helemaal alleen. Een soort collectief karma. Je kunt je dit voorstellen bij een teenager die om zich heen schiet, want er moet in zo'n geval ergens wel een uitweg zijn, als je de psychiater niet toelaat in je analyse. Hoewel Karst T. iets slechts deed was het wellicht mede ook het kwaad van anderen. Iets van ons allemaal zat er misschien wel in dat zwarte wagentje. Het kwaad van een gemeenschap. We leven immers in een gewelddadige en materialistische maatschappij, vol ongeloof en zinloosheid. En min of meer dragen we hieraan bij of proberen we het tegen te gaan. We spelen er allemaal een rol in. Een verbeterende of een verslechterende. Als we van onze kleine omgeving een paradijs proberen te maken remmen we dat autootje van Karst T. af. Doen we het tegenovergestelde dan tanken we het nog eens bij. Met deze opmerking terzijde wil ik zijn individuele schuld niet bagatelliseren, maar waar hier precies de scheidslijn ligt is niet goed te zeggen. En uiteindelijk zal het ook niet aan de mens zijn om dat te beoordelen.

Dat lelijke, ongepoetste wagentje, dat vehikel van het kwaad, had het gemunt op één van de weinige sprookjes, die er nog over zijn in onze gemeenschap en dat daar voortsukkelde in een oude bus met het dak eraf. Daarom moet de Koninklijke familie juist ook doorgaan, want het sprookje wint het tenslotte toch altijd van het kwaad. Het is immers het enige dat echt een band heeft met de werkelijkheid zelf, al komt de duivel nog tien keer aanvliegen op zijn zwarte ros, want ... zo zegt Teresa van Avila ... de duivel is lachwekkend. Het moet wél helder zijn dat je met de duivel te maken hebt. Want als Karst T. terecht komt bij de dokter, die hem immers niet begrijpt, dan is de overwinning tenslotte toch nog aan de Vijand-van-alle-goeds.


Wim Beurskens