Wie mag er tot de communie? Aanvulling.

 

De pastoor van Reusel heeft geweigerd de communie te geven aan de prins Carnaval die praktiserend homoseksueel is.  In feite hoeft er niets te worden aangevuld aan het stukje over gescheidenen die de communie wordt geweigerd, want het gaat over hetzelfde.

Het is jammer dat de publieke discussie zich beperkt tot de visie van de kerk op homoseksualiteit. Want die is niet het probleem, zoals het weigeren van de communie aan gescheidenen niet gaat over de visie van de kerk op scheiding.

Zelf ben ik onverdacht conservatief als ik een onderhand wél irrelevante term mag gebruiken. Ik aanvaard het kerkelijke standpunt over homoseksualiteit en scheiding. Het zou veel uitleg vergen, want het is een dikke nota die je nu eenmaal helemaal in je op moet nemen. Als je alleen maar de conclusies leest snap je hem niet, want hij is niet in een one-liner te vatten. Niettemin zeg ik het hier nu maar toch -op het gevaar af niet begrepen te worden- om aannemelijk te maken dat het onderstaande niet voortkomt uit een verborgen agenda om te proberen het kerkelijke standpunt onderuit te halen. Om het te polemisch en te kort door de bocht uit te drukken, mezelf ook schuldig makend aan de one-linercultuur: de kerk heeft gelijk.

Maar dan de eucharistie zelf. De katholieke visie behelst dat de communie niet een symbool is dat de mens steunt in zijn zoektocht naar God, maar in feite de ontmoeting met God zelf. Natuurlijk kan  de kerk iemand helpen in zijn gewetensonderzoek, of hij wel klaar is voor die ontmoeting. Maar de mens die oprecht meent God te kunnen ontmoeten aan de communiebank, voor zo iemand is er maar Eén die kan zeggen, dat het niet door gaat, en dat is de Verlosser zelf want die is er zelf bij. En nooit een andere, feilbare mens.

Een priester die bewust zegt dat die ontmoeting niet kan, stelt zich daarmee op de plaats van God. Het is inderdaad zo mooi  beschreven door Fjodor Dostojewski in de gebroeders Karamazow waarin de Groot-Inquisiteur zegt dat hij de mensen een liedje geeft om te zingen, een fluitje om op te spelen. En die zijn dan tevreden. Waarom kom je ons na zoveel jaren weer lastig vallen? We hebben je niet meer nodig. Ik zal je morgenvroeg laten verbranden. Dixi ... zegt de Inquisiteur tegen Jezus. De omgang van de kerk met het sacrament zoals in Reusel wijst op hetzelfde: een kerk die buiten Jezus om de verlossing wil regelen en daarmee niet meer gelooft in wat zijzelf doet.  Zij gelooft dan niet meer in haar eigen wezen, het wonder dat de eucharistie is.  Het sacrament verwordt dan tot een instrument, waar Jezus bij gemist kan worden als kiespijn. Hij is dan alleen maar lastig. Iemand die denkt een oprechte mens de communie te kunnen weigeren stelt zich boven Jezus zelf, zoals de Inquisiteur ook deed. Ongeloof staat aan de basis hiervan en zo afficheert Dostojewski de Groot-Inquisiteur als de Satan zelf.

Zo'n vaart zal het in Reusel wel niet lopen. Er zijn genoeg psychologische redenen op te diepen uit de tegenwoordige seminarie-ideologie om een kar vol verzachtende omstandigheden bijeen te garen voor de pastoor van Reusel. Hij is zeker geen satan, maar waarschijnlijk wel slachtoffer van een ideologie die hem het zicht verduistert op het wezen van het sacrament. Dat soort denken, méér westers dan de kerk lief zou mogen zijn, vereenzelvigt zich met de katholieke traditie, maar hoort er niet in thuis. Jammer, dat ook de bisschop niet verwoordt wat talloze priesters in de kerk denken, in de wereldkerk wel te verstaan, want de communie wordt alleen geweigerd in het Westen. Jammer ook dat zo vele anderen in verantwoordelijke posities zwijgen, omdat zij de eenheid van de kerk stellen boven de waarheid. Het weigeren van de communie aan al of niet vermeende zondaars -en dit ook nog als leer verkondigen ook- is een ketterij, van die letterlijke en bloederige, middeleeuwse soort.

 

Wim Beurskens