Column: Mubarak

Wat aan de omwenteling in Egypte opvalt is dat zij zich onafhankelijk van het Westen heeft voltrokken. De leiders in onze wereld hebben zich er slechts het hoofd over hoeven te breken wanneer het vijf voor twaalf was, dus te vroeg om iets te zeggen, en wanneer het vijf over twaalf was, dus te laat om iets te zeggen. Het had ook iets vernederends toen zij hun woorden spraken. Zij deden er niet toe.

Tahir plein in Egypte tijdens de protesten

En niemand heeft het zien aankomen, de politiek niet, de inlichtingendiensten niet, de arabisten niet en de media niet. Ook al lezen we iedere dag de krant en zitten we iedere dag voor de TV, we worden er niets wijzer van. Het heeft geen zin dat we zoiets doen, tenminste niet als we op die manier de tijd willen begrijpen. De vraag is dan of wij juist de tijd niet kunnen begrijpen vanuit het publieke geklets of dat dit een algemeen verschijnsel dat altijd en overal geldt.  Geschiedenis wordt niet geschreven door de machthebbers, zo zegt immers Leo Tolstoj in Oorlog en Vrede, en geschiedenis wordt ook niet béschreven door de media. Zij zijn allemaal te veel verstrengeld in hun eigen ideologie. Maar waar hoort men de waarheid dan wél? Misschien in de theehuizen van de Arabische wereld of in het Limburgse café na de hoogmis? Welnu, dit is wat ik in dat laatste hoor.
Het Westerse denken, de Westerse mythe is nog maar een lege huls. Het loopt op zijn einde toe zoals ooit het Romeinse rijk. Ons superioriteitsdenken is al lang misplaatst. De Islam bijvoorbeeld is een krachtiger idee geworden, niet krachtiger dan het Christelijke, maar wél krachtiger dan het Westerse. Zo’n omwenteling in de Arabische wereld, die geheel buiten ons om gaat, is daar een uiting van. Wij zijn nog maar een kale boom, over wiens inmiddels afgevallen bladeren de een of de ander nog wel eens lelijk kan uitglijden, maar iets anders brengt die boom toch niet meer voort.
Dit betekent ook het einde van de moderne, Arabische dictator, in stand gehouden door het Westen uitHosni Mubarak eigenbelang met veronachtzaming van de volken die door die dictator worden bestuurd. Een navrant voorbeeld hiervan is Algerije. Men kan zich daarom haast ook niet voorstellen dat dit volk de kans van vandaag voorbij zou laten gaan. Daar heerst immers ook een regiem dat in het zadel is geholpen door het Westen ondanks dat 95% van de bevolking ooit stemde voor verandering.
Vorige week was ik bij de onthulling van een monument ter nagedachtenis aan de kerk waarin ik de eerste en de laatste mis heb meegemaakt. En kort geleden kreeg ik de parochiebrief onder ogen van de parochies hier ter stede. Drie procent kerkbezoek en zo’n 70.000 euro verlies per jaar bij twee goede priesters. Dit betekent sluiting van nog twee kerken. We hadden er ooit vier. Binnenkort zal er nog maar één over zijn, maar er zijn wél twee moskeeën. Secularisatie gaat gepaard met een verlies aan levenskracht. We zijn een oude samenleving niet alleen door het hoge aantal ouderen, maar ook door ons gebrek aan vitaliteit.
In onze streken zal de katholieke kerk zeker weer tot nieuw leven gekomen zijn, als de cultuur die haar nu zo bestrijdt al lang ter ziele is. Juist vandaag zag ik een e-mail van een priester, die ik goed ken, op reis door Mexico, die een mis had gedaan met honderden jonge mensen in de open lucht onder een tentzeil. Het zeil was tijdens de dienst wel weggevlogen met de wind, maar de sfeer was geweldig geweest. Een andere priester die werkt  onder de armen ergens in Guatemala of Mexico schreef laatst eens, dat de armen in de toekomst de echte macht zullen krijgen. Juist door hun levenskracht. Spirituele vitaliteit is macht. Zoiets dacht ik ook toen ik al die jonge Egyptenaren door de straten van Cairo zag trekken. Ik pleeg wat provocerend te zeggen dat Tegelen bezet te houden is door tien Turken. Tien omdat het van voren rijmt, maar vijf Marokkanen is ook genoeg. Geert Wilders spreekt dan over die verpauperde massa’s in de Arabische wereld, waar door hun manke en zieke godsdienst helemaal niets meer in zit. Misschien moet hij daar toch nog wel eens op terugkomen.
We moeten echt wat gaan doen aan onze verloren vitaliteit, niet tegen die Turken of Marokkanen in, juist niet, maar er is alleen gelijkwaardig contact mogelijk als je zelf ook ruggengraat hebt. Die kan Wilders ons niet leveren. Integendeel, hij maakt ons nog veel zwakker, als hij ons vertrouwen geeft in die oude Westerse denkpatronen. Het is een illusie te denken dat je iets zou kunnen doen aan de uitdagingen van deze tijd zonder geloof. Wij moeten luisteren naar vitale mensen. Die zijn er gelukkig niet alleen aan het andere einde van de wereld. Ook in onze maatschappij kom je aan de basis veel goedheid tegen. Bij een ernstig zieke verbaas ik me er vaak over hoe er uit het niets van alle kanten engelen opduiken en zo weer leven mogelijk maken. We moeten dus zoeken naar nieuwe vitaliteit in onze gemeenschap. Bezield verband … zoals Huub Oosterhuis het noemt. En wat betreft geloof kun je de ene vitaliteit niet tegenover de andere zetten. De echte Moslim en de echte Christen maken geen ruzie. Ze worden beter van elkaar. Zo deed het me deugd dat er uit de jonge massa’s van Egypte echte geluiden van vrede opklonken. 
Het Westers intellect kan niks, weet niks en wil niks
… pleeg ik te mopperen. Dat is natuurlijk wel zo, maar als ik bij die vaststelling blijf verwijlen maak ik dezelfde fout, want we kunnen niet alleen maar anti alles zijn, want dan ben je even afhankelijk van de mythe waarin je leeft als degene die vóór alles is. Als ik weer eens zo bezig ben, zegt één van mijn patiënten steevast … ja, maar er is ook veel goedheid in onze wereld. Dat is dus ook zo. Wie ik dan meestal als voorbeeld probeer te zien zijn de oude monniken uit de begintijd. Zij maakten zich niets wijs over de wereld, maar ze dachten er ook niet veel over na. Ze probeerden zelf het goede te doen en daar hadden ze hun handen vol aan, want zelfs als ze in de woestijn zaten stonden ze open voor mensen die om raad kwamen vragen.
Dat ze lopend over zo’n Middeleeuwse holle weg misschien overvallen konden worden door rovers, daar maakten ze zich niet zo druk over, laat staan dat ze er stukjes over zouden schrijven of de maatschappij die zoiets voortbracht zouden analyseren. Bij de besten onder hen, zoals de heilige Benedictus, kon het wél eens gebeuren dat die rovers vervolgens op onverklaarbare wijze door duivels werden bezocht of dood omvielen, maar dat was dan blijkbaar toch per ongeluk. Die oude monniken geloofden zonder steunpunten in de wereld.  En zo probeer ik het dan ook maar te doen. Maar daar is geloof voor nodig dat bergen verzet en heel veel vertrouwen op de Heilige Geest. Dus deze excursie van politieke analyse had ik niet hoeven te maken. Ik had het kunnen weten, maar ik trap er altijd weer in.

Wim Beurskens