Een voltooid leven

Foto: Oma, met kleinkinderen, tijdens de Sinterklaasmorgen in haar laatste winter

 

Euthanasie moet mogen maar het moet niet gebeuren ... heb ik wel eens gezegd. Dit betekent dat de mens de vrijheid moet hebben om te dwalen. Als hij de fout alleen achterwege laat uit angst voor de staat, dan heeft hij ze eigenlijk al begaan. Sodom en Gomorra zit in de geest van de mens, niet in de staat. Een wet zoals die nu voorligt over een voltooid leven is slechts een bezegeling van wat er leeft onder de mensen. De staat en de wet zijn van weinig belang. Zij zijn slechts symptomen. Een symptoom van iets dat er vroeger niet was. Je kunt je toch niet voorstellen dat zoiets, bijvoorbeeld in de zestiger jaren, met al die vrijheid van toen, ooit bedacht werd?  


Oma, met kleinkinderen, tijdens de Sinterklaasmorgen in haar laatste winterDe religieuze tradities zijn er helder en unisono over. … de Schepper heeft het leven gegeven en Hij neemt het tenslotte ook terug. Mutatis mutandis geldt dit ook voor de Aziatische religies, hoewel daar de persoonlijke, enige Schepper vaak ontbreekt. De individuele mens die zoiets wil is dwalend en de gemeenschap waarin zo’n soort doodswens woekert is in een staat van verval. Als je dan kortheidshalve wat plastisch en polemisch wil zijn, dan mag je er best Sodom en Gomorra bij halen.

De grote religies brengen dit leerstuk over het leven niet alleen voor hun eigen aanhangers, maar voor alle mensen. Democratie is hun gewoonlijk vreemd. De Westerse cultuur ziet zichzelf echter als een vrijplaats van de ethiek. Wat de massa wil gebeurt … U vraagt, wij draaien. Zo’n vrijplaats bestaat echter niet. En de oude meneer die zich boos maakt op de televisie, dat de staat zich niet mag bemoeien met zijn doodswens heeft gelijk. Maar veel erger is het dat hijzelf die doodswens heeft. Als je op de oude dag - als gewoonlijk enige wijsheid wordt vóórondersteld – niet méér te melden hebt dan dat je dood wil, dan heb je er toch niet veel van begrepen.

Dan moet ik denken aan mijn Oma, toen die in haar laatste winter het einde voelde naderen. Det Er mich maar kump haole … dat Hij mij maar komt halen. En wij als kinderen begonnen dan steeds te zeuren … Nae Oma, blief toch nog ’n bietje, we kènne uch neet misse … nee Oma, blijf toch nog een beetje, we kunnen je niet missen. Maar degene die uiteindelijk over mijn Oma besliste was Hij, de eeuwige. Dat wisten wij als kinderen al. Maar we wilden niet dat zij het aan Hem vroeg, want we verdachten haar ervan dat ze veel invloed had bij Hem. En inderdaad is zij die winter ook gestorven. Stel je voor dat er in die tedere uitwisseling een wijkzuster was opgedoken met de fatale pil. O horror!

De discussie omtrent een voltooid leven – waar hetzelfde voor geldt als voor euthanasie … het mag mogen maar het moet niet gebeuren - is vooral een getuigenis van armoede. Niet de armoede van geest, die een ideaal is dat Jezus ons voorhoudt, maar echte armoede. Zowel van de individuele mens, die het wil, maar ook van de staat die het volk blijkbaar niets anders te bieden heeft dan die pil, als vragen omtrent het bestaan te nijpend lijken te worden. In het verlengde daarvan heeft de staat ook niets te bieden aan al die zelfmoordenaars, tegen de 1800 per jaar, jonge mensen vaak, een record vorig jaar.

Een leven is nooit voltooid. Jezus moet altijd nog een stuk aanvullen dat ontbroken heeft. Een mens moet toch zien dat hij genade nodig heeft, of vele levens, zoals in Azië. Er is altijd veel te doen, hoe oud je ook bent. Betekenis heb je altijd, al kun je niets anders meer dan bidden. Maar dat is dan nog van onschatbare waarde voor jezelf en voor anderen. Een oude dame zegt me vaker … ik ben nooit eenzaam, Jezus is er toch altijd? Omdat ze dit uitstraalt wordt ze van de weeromstuit plat gelopen door bezoek. Zó probaat is het besef van Jezus tegen eenzaamheid. In deze richting moeten we het zoeken en ervoor bidden dat we die uitkomst bereiken. En van de staat hebben we niets te verwachten. Daarom ben ik zo waanzinnig blij met het katholieke geloof.

 

Wim Beurskens