Column Beurskens: Integratie? De groeten aan uw vader

Wim Beurskens

Transparante GezichtssluierAls de inwoners van een doorsnee gemeente in Nederland wordt gevraagd wat wel het grootste probleem van hun stad is, zullen de buitenlanders hoog scoren. Veel onheil wordt aan hen verbonden: de criminaliteit, de drugs, het zwak-sociale aspect van de gemeente en daarmee haar geldgebrek. De oplossing hiervoor is integratie. Die mensen moeten zich aanpassen aan de maatschappij waarin zij leven en dat is tenslotte de Nederlandse. Dit lukt echter niet goed. De buitenlanders lijken weinig belang te stellen in onze wijze van leven.
Als huisarts heb ik al door de jaren heen honderden moslims in de praktijk, Turken en Marokkanen. Dat komt omdat Tegelen de gemeenschap is met het grootste aantal buitenlanders in Limburg. Het staat wat dit betreft op de vierde plaats in Nederland. De gastarbeiders deden het werk dat Nederlanders te vies en te zwaar vonden. Mijn collega keurde ze in de zestiger jaren nog vòòr zijn ochtendspreekuur, omdat ze in alle vroegte van Schiphol af kwamen. Soms vielen ze voor hem op de knieën om toch maar goedgekeurd te worden. Zij sliepen met meerderen op één kamer in de armzalige, Tegelse pensions op de gammele, ijzeren bedden en stuurden iedere gulden naar huis. Zelf gingen ze maar eens in de paar jaar naar hun vaderland op vakantie. Toen ze de kans kregen haalden ze hun vrouw en kinderen naar het land, waar zij het beter konden hebben dan in Noord-Marokko en het binnenland van Turkije, waar ze vandaan kwamen. Ik kan er alleen maar eerbied voor hebben. Dat zeg ik niet uit ideologische truttigheid, omdat het nu eenmaal hoort zoiets te zeggen, maar omdat ik het werkelijk meen. Ik zou het ze niet nadoen.
De gastarbeiders en hun families hebben altijd een levendige belangstelling voor mijn vak aan de dag gelegd. Als er al weinig belangstelling voor de Westerse samenleving wordt getoond, er is zeker geen gebrek aan interesse voor de Westerse dokter. Zij vinden het een groot goed, vooral voor hun kinderen en als ze wat ouder worden. Wat ze in hun eigen land slechts voor veel geld en dus vaak niet kunnen krijgen is hier drempelloos toegankelijk.
Taalbarrières lijken van weinig belang. Vader en moeder worden vergezeld door de kinderen. Of de partner komt mee om te vertalen. Ik heb geleerd in de spreekkamer een onderscheid te maken tussen zaken die onderhandelbaar zijn en zaken die niet onderhandelbaar zijn. Dit klinkt logisch, maar het is het toch niet. In Nederland gaat het in de verhouding tot gezag om ja of eigenlijk niet. Een nee bestaat nauwelijks meer. Eigenlijk niet wordt toch een ja bij lang genoeg volhouden. Dat geldt voor autochtonen, maar zeker ook voor mensen uit een Arabische cultuur. Het onderhandelen is voor hun een spel dat grandioos wordt beheerst en de doorsnee westerling is in hun vaardige handen niet meer dan een lappenpop. Maar toch, in mijn spreekkamer probeer ik daar een mouw aan te passen. De discussie over het derde niet strict noodzakelijke antibioticum voor het kindje deze winter verlies ik, maar bij het vierde geef ik op een of andere manier aan dat de grens van de normale orde is bereikt. Dat stoort geenszins de goede verhoudingen en tast evenmin het vertrouwen aan dat door de jaren heen is gegroeid. Het ononderhandelbare deel van de werkelijkheid is iets waar ik ook geen invloed op heb. Dus een nee wordt me dan niet persoonlijk aangerekend.
In de Islamitische culturen is een groot deel van het dagelijkse leven inderdaad onderhandelbaar, maar een ander gedeelte ook helemaal niet, terwijl in de Westerse cultuur tegenwoordig eigenlijk alles onderhandelbaar lijkt, tot en met zaken van leven en dood. Anders hadden we tenslotte geen normen- en waardendiscussie nodig. Ook in een Islamitische maatschappij mag je niemand doodslaan. Je mag blij zijn het er levend van af te brengen als je zoiets doet. Maar in onze maatschappij kan de Marokkaanse familie zo’n dader dan toch proberen te verdedigen, zoals enkele jaren gebeurde bij de moord op René Steegmans, omdat het, absurd genoeg, nog wel eens zou kunnen helpen ook. Zo’n pleidooi wordt serieus opgepakt door de media.

Die oude Tegelse moslim-patriarchen staan ervan te kijken dat hun kinderen met hun brommers over de straat kunnen scheuren en zo de ouderen de portieken in drijven, zonder dat ze daar last mee krijgen. Geen van hen zou er bezwaar tegen hebben als zoonlief eens een keer thuis kwam zònder brommer, en mèt een flink pak slaag. Kinderen worden thuis vertroeteld, maar als ze de maatschappij in gaan worden ze in hun eigen cultuur door iedereen verder mee opgevoed, de buurman, de familie, de school, de politie en de straat. Dit betekent dat de Islamitische jeugd er meer last van heeft dat in onze maatschappij alles onderhandelbaar lijkt, want in een Islamitische maatschappij vallen normen en waarden buiten het onderhandelbare deel van de werkelijkheid. Daar heerst vòòr en achter de voordeur dezelfde orde. Normen en waarden behoren echter onze verhouding met de Islam niet te beheersen. Normen en waarden zijn in de Islam en in het Christendom feitelijk vrijwel gelijk op enkele ideologisch overdreven verschilpunten na. Normen en waarden zijn niet interessant. Ze horen nauwelijks een thema te zijn. Zij zijn een vanzelfsprekende bijkomstigheid. Als je het er steeds over hebt is er al iets goed mis.
De echte ontmoeting met een andere wereld ligt elders. De Moslim die op het einde van zijn leven bij de huisdokter komt voor de spuiten, als hij op de hadj, de bedevaart naar Mekka, gaat is een belevenis en een bron van inspiratie. Van de andere kant is een in de goot glijdende Islamitische jongere zowat dezelfde als de westerling die een bron waar hij uit zou kunnen leven heeft opgegeven. Dan volgt vanzelf een keer een conflict over normen en waarden. Soms zeg ik zo’n Islamitische jongere wel eens ... wat zou je vader hiervan wel zeggen als hij nog leefde? Ga je wel genoeg naar de moskee, heb je de Koran wel eens gelezen, of praat eens met een imam. Nee, die zijn me veel te streng zegt hij dan.
Op het eindpunt van een overtuigd Christelijke denken ligt de aansluiting met de Islam, niet aan het beginpunt van onze neo-liberale consumptiemaatschappij. Die kan niets met de Islam en is er overigens ook niet tegen opgewassen. In de omgang met de Islam wordt hetzelfde van ons gevraagd als in het contact met iedere medemens. De echte ontmoeting van mens tot mens is pas mogelijk als men het verschil in de ander zonder voorbehoud aanvaardt, niet als we hem gekneed hebben in een vorm die ons past. Zo verschillend als we zijn, zo zijn we bedoeld. Het totaal andere is juist het aantrekkelijke en het verrijkende. En na die soms moeizame gang naar de ander blijkt het totaal andere toch weer niet zo anders te zijn. In het wezen van het mens-zijn komen we elkaar toch tegen. Een echte Moslim en een echte Christen maken nooit ruzie.
Respect voor elkaar in het totaal anders zijn, dat is het gymnasium van een waardevolle samenleving zoals ze in Christelijke zin en Islamitische zin is bedoeld. Als dat niet lukt kunnen we het wel vergeten. Als het wél lukt hebben we niet alleen vrede, maar we worden er ook beter van. God beware ons voor een standaard-Europeaan, of een wereldburger, zoals CNN ons die voorhoudt en die niet veel meer dan een internet-robot is. Er bestaat geen grootste gemene deler of een democratisch gemiddelde of wat dat betreft een geïntegreerde. En verder is een schepsel dat zich aan normen en waarden houdt zonder een idee dat daaraan ten grondslag ligt een idée-fixe. Als God niet bestaat is alles geoorloofd zei Fjodor Dostojewski al.
Eens zag ik op de televisie hoe één van de prinsen van de Saoedische koninklijke familie spreekuur hield voor het volk. Hij was gouverneur van een provincie. Lang niet alle verzoeken konden worden ingewilligd, maar hij luisterde tenminste en het zag er op een of andere manier respectvoller uit dan de dooltocht van menig mens langs de loketten van onze maatschappij, voordat hij tenslotte beseft dat het nee is. Als de prins tegen iemand nee moest zeggen -en dat was tegen de meesten- zei hij de groeten aan uw vader. Het had iets vertrouwelijks en als iets van mens tot mens. Je vader zal het wel begrijpen. Zo is dat ook met integratie. Integratie? De groeten aan uw vader.