2010 slottoespraak voor Passiespelers Doolhof

 

Vanavond laten we een stukje van onze ziel in de Doolhof achter, voorgoed.

En als we over enkele dagen nog eens hier binnen wandelen, dan kunnen we die ziel hier niet meer terugvinden. Veel zal al zijn opgeruimd, de herfstbladeren waaien rond, het decor is niet meer te herkennen, de tempels hernemen hun oude macht over het toneelbeeld van de Doolhof en het zal zijn alsof 2010 er niet is geweest. 2010 Is er alleen vanavond nog.

Vaak heb ik nog wel eens de hoop gehad, dat een seizoen zich de volgende keer nog wel zou herhalen, dat je dezelfde ervaring opnieuw zou hebben. Maar dat is ook niet zo. Ieder speelseizoen is uniek en onherhaalbaar. Het is een tijdperk van ons leven dat voorbij is. Ja, we laten inderdaad straks een stukje van onze ziel hier achter.

Het mooie is dat de ervaring van de passiespelen, het meedoen, zoiets totaals is, iets wat onze hele persoon in beslag neemt, een lichtpunt op onze levensweg. Maar dat licht gaat uit en we moeten met de herinnering verder. Ooit heb ik wel eens bij deze gelegenheid Schiller geciteerd: die schönen Tagen von Aranjuez sind vorüber.

John Keats liet in Rome op zijn grafsteen zetten: here lies he whose name was writ in water. Hier ligt hij wiens naam geschreven was in water. Zo lijkt het ook te zijn met het passiespel van  2010 de volgende week, alleen een herinnering.

Het is goed om dat gevoel van de romanticus geheel en al bij ons toe te laten, zijn weemoed, omdat het ons doordringt van de grootsheid van wat hier deze zomer in de Doolhof is gebeurd. Dat kan bij wijze van spreken niet hard genoeg gaan, want het was werkelijk groots. En als we straks langs de tempel van Pilatus, langs de oude knoestige bomen de Doolhof verlaten, langs het poortje van Wiel, langs de vlaggen aan de ingang, dan is dat voor ons allemaal het einde van een tijdperk, en dan mogen we ons best een beetje voelen als de leerlingen die naar Emmaüs gingen, toen alles in Jeruzalem achter de rug was en iedereen zijn weegs ging.

Maar het is niet goed om in dit gevoel te blijven steken en dat is ook niet nodig want zoals ik ook wel eens bij deze gelegenheid heb geciteerd: Exegi monumentum aere perennius. Ik, jullie dus, hebben een monument van brons opgericht en de oude Romeinse dichter bedoelde hier iets eeuwigs mee.

Want in tegenstelling tot het gevoel van de romanticus hebben we iets gedaan deze zomer dat niet meer voorbijgaat, iets wat niet meer vergaat, iets waar onvergelijkelijk meer van overblijft dan een herinnering.

Want juist het verhaal dat we hier hebben verteld deze zomer zegt ons dat het niet vergaat wat we met hart en ziel gedaan hebben, dat we het licht dat we hebben aangestoken overal weer stralend zullen tegenkomen, om bij het beeld van de leerlingen in Emmaus te blijven dat licht dat we brandend hebben gehouden, waar we enthousiast voor waren, ook ons- zelf, ons persoonlijk weer zal komen opzoeken, op eigen initiatief, zonder dat we erom vragen.

We zijn allemaal een beetje boven onszelf uit gestegen deze zomer. Dat heeft het publiek gemerkt en daarom is het in zo grote getale gekomen, daarom hebben we het verhaal zo mooi kunnen vertellen, zo kunstzinnig kunnen vertolken, dat de mensen zo enthousiast waren. Nog nooit heb ik in de bevolking bij de mensen die ik tegenkwam zo veel ongevraagd positief commentaar gekregen. Die vonk waar iedere toneelspeler op hoopt, dat onplanbare, dat onrepeteerbare, die vonk die is er geweest.

Een genade is niet alleen het totale aantal toeschouwers -het komt iets boven de 46000 uit, maar ook dat we de slag om de jongere generatie hebben gewonnen. Er waren dit seizoen veel meer jongeren, en dat is niet alleen omdat we de laatste seizoenen modernere vormen hebben gemaakt, maar omdat jullie bezieling de mensen heeft meegesleept. De mond-tot-mond reclame heeft meer dan ooit zijn werk gedaan. Velen zijn er meer dan eens gekomen. En dat is iets heel bijzonders en iets heel moois. Daar kunnen Passiespelen niet alleen mee verder. Daar kunnen jullie zelf ook mee verder. En daarom heeft de weemoed van vanavond niet het laatste woord.

Om met de woorden van Jallal-Uddin  Rumi, de soefi-mysticus uit de Islam te spreken. En dan moet je voor God eigenlijk lezen, het verhaal van Jezus:

 

 

When in this heart the lightning spark of love arises,

Be sure this love is reciprocated in that heart.

When the love of God arises in thy heart,

Without doubt God also feels love for thee.

 

Als in je hart ook maar een sprankje liefde opkomt,

Ben er dan zeker van dat dit zijn weerklank vindt in dat andere hart

Als de liefde tot God opkomt in je hart,

Twijfel er dan niet aan, dat God ook liefde voelt voor jou.

 

Zoals ik ook al bij de première gezegd heb ga ik niemand bedanken, want jullie hebben het niet voor de organisatie, niet voor het bestuur gedaan, maar voor al die mensen die gekomen zijn, voor onszelf ook. En wat we ervoor terug krijgen is met geen geld te betalen.  We zijn deze zomer allemaal zwaar overbetaald, bij wijze van spreken we vertrekken hier met een schandalige gouden handdruk.

Morgen zoek ik de olijfboom weer op waar ik vaker onder lig in Griekenland en deze gedachten zullen mij dan een troost zijn. Alle ervaringen in een mensenleven gaan voorbij, maar deze gaan niet voorbij. De romanticus heeft niet het laatste woord. Zoals Jezus zelf zei ... hemel en aarde zullen voorbij gaan maar mijn woorden zullen niet voorbij gaan..

 

Wim Beurskens