Column Beurskens: Dialoog met Islam

Niet zo lang geleden was ik op een verjaardag, toen de vrouw van de schilder opmerkte dat Allah toch dezelfde God is als de onze, waarop de aanwezige theologieprofessor opveerde en meedeelde dat dit zeker niet het geval was. In de ijdele hoop nog, dat hij misschien alleen maar sprak over een ander godsbeeld vroeg ik het nog even na. Nee, een andere God, is Allah.
Bisschop Muskens zegt dat de Islam zich moet bezinnen op zijn gewelddadige kant en in Islamitische landen is er geen godsdienstvrijheid. Hij gelooft dat er uiteindelijk maar twee godsdiensten overblijven, het Christendom en het Boeddhisme. Hoe de bisschop kan denken dat de Islam op verdwijnen staat, terwijl ook in zijn bisdom de ene na de andere moskee verrijst en de ene na de andere kerk sluit, is een raadsel, maar hier is de hoop waarschijnlijk de vader van de gedachte. Van belang is waarom die hoop bestaat. Nieuw is dat er dus weer stemmen in de kerk opgaan die zeggen dat er wezenlijke weeffouten in de Islam zitten, waardoor er niet mee te praten valt. De Islam is in zijn wezen fout, zoals ook de grote Nicolaus van Cusa al zei, en de kruisvaarders.
Daarentegen spreekt het Tweede Vaticaans Concilie met grote hoogachting over de Islam. Het benoemt wel de verschillen, maar ziet ook de overeenkomsten. Wij zijn allen samen op zoek naar de Ene, die ons immers naderbij is dan onze halsader, zoals de Islam zegt.
De verschillen met de Islam liggen vooral in het god-zijn van Jezus. De Koran trekt ten strijde tegen het toevoegen van ‘partners’ aan God. God is één en hij heeft zeker geen zoon. Hierdoor is er ook geen plaats voor de Drie-eenheid, die wel noodzakelijk wordt als men Jezus God noemt. Ook dat Jezus gestorven is voor onze zonden en ze daarmee te niet doet is vreemd voor de Moslim. Een mens is immers verantwoordelijk voor zijn eigen daden. Anderzijds is Allah zèlf oneindig barmhartig en genadig. Hij houdt van mensen en ze kunnen altijd bij Hem terug komen. De poorten van de hemel zijn soms open, soms dicht, maar er is één poort die altijd open is, die van berouw en vergeving. En wat de mens zelf betreft, ‘een oog voor een oog een tand voor een tand’ weliswaar, maar beter is toch hij die vergeeft. Die dat doet behoort tot de allergrootsten. God legt geen te zware last op de schouders van de mens en Mohammed zegt dat zijn geloof eenvoudig is.
Voor de katholiek is de Koran aanvankelijk goed te lezen als een oud-testamentische profeet. Gaandeweg openen zich dan ook andere perspectieven. De soms gewelddadig lijkende taal moet allegorisch worden gelezen, zoals door velen in de Christelijke traditie ook met de Bijbel is gedaan. Bijvoorbeeld vechten tegen ongelovigen gaat over het gevecht tegen het ongeloof in onszelf. En wat militante taal betreft kan Jezus er immers ook wat van. Jihad, de kruistocht tegen het kwaad en vòòr de liefde in onszelf, is er ook voortdurend in het Evangelie. Jezus, ‘de zoon van Maria’, wordt tientallen malen genoemd in de Koran, vaak in èèn adem met de aartsvaders. De Moeder Gods is de meest bij naam genoemde vrouw in de Koran. Er wordt altijd met eerbied over haar gesproken. Met de verrijzenis van Jezus, zo wezenlijk in het Christendom, lijkt de Koran weinig moeite te hebben. Vele profeten hebben een directe relatie met God gehad, zoals ook Mohammed, en dan is de dood misschien niet meer zo’n grens. Nee, het is wat de ‘mensen van het Boek’ later van Jezus hebben gezegd, bijvoorbeeld het concilie van Chalcedon, niet zo lang voordat hij leefde, dàt is wat Mohammed stoort.
Muskens heeft in Indonesië samen geleefd met de Islam, die daar in de meerderheid is. Als men zijn oor te luisteren legt bij protestanten in Noord-Ierland zal men veel gruwelverhalen horen over katholieken en andersom ook, maar dat ligt niet aan Jezus. Het heeft geen leerstellige oorzaak en het ligt niet aan een weeffout in de leer. Ook de Islam moeten we niet beoordelen op zijn zwarte pagina’s, die bijvoorbeeld zeker worden geschreven in het huidige terrorisme, net zo min als we katholieke kerk moeten beoordelen op hààr zwarte pagina’s. Die worden namelijk altijd geschreven door mensen, niet door Mohammed of Jezus. De kritiek van Johannes Paulus II op de westerse maatschappij kan haarscherp worden gelegd naast die van de eerste de beste imam. De huidige twist van de Islam is niet die met de Christelijke kerken maar die met het Westerse denken. Kruisvaarderthema’s zijn in deze tijd niet actueel. De kerken hebben zich in het Westen laten wegdrukken tot een beeld van wat gemoraliseer in de marge. Dat zij nauwelijks een dimensie ervaren tussen henzelf en het Westerse denken is een verlammende handicap voor hen, waar ze door gebrek aan profetische krachten bezig zijn aan ten onder te gaan. Niet echt natuurlijk, want de boodschap van Jezus is daar te sterk voor en de overlevingskracht van de kerk te groot. Het raakpunt voor een dialoog ligt bij de kritiek op het Westerse denken, dat volgens de Islam zijn herfsttij beleeft. Dat denken in het Westen is zeker bezig aan een paradigmashift, een ommekeer, een ‘Umwertung aller Werte’, zoals we die gezien hebben bijvoorbeeld tussen de Middeleeuwen en de Renaissance. De dialoog met de Islam kan ertoe dienen ons eigen wezen te hervinden, maar uitspraken zoals die van bisschop Muskens helpen er niet aan die op gang te brengen.