Mijmeringen onder een olijfboom

Vandaag zit ik onder een olijfboom aan de Aegeïsche zee, de wijnkleurige, zoals Homerus ze noemt. Vanavond zal ze inderdaad zo uitzien. En de olijfboom met zijn zilvergroene bladeren en grijze, knoestige stam is het symbool van het mediterrane. In de Bijbel komt hij zo vaak voor en hij is thuis rond de kloosters van de eerste monniken. Hij zal vaak de enige getuige zijn geweest van de strijd, die deze mensen hebben gevoerd. En hij was ook getuige van de strijd van Jezus op het laatst. Het zweet dat tot dikke druppels bloed werd viel op zijn wortels. De vraag komt op, hoe radicaal een mens moet zijn in zijn religieuze leven en of je er ook gek van kunt worden.
Iemand zei me eens voorzichtigjes over een tekst van mij ... het kan ook in het abnormale gaan. Inderdaad kan een mens het overdrijven en religieus fanatisme heeft onzegbare schade aangericht, maar dat bedoelde hij niet. Een mens kan het ook in zichzelf overdrijven. Maxim Gorki zei eens over Leo Tolstoj, dat hij zo moe werd van zijn eeuwige gezeur over religie en Ivan Toergenjew schreef hem in wanhoop vanaf zijn sterfbed ... keer toch terug naar de schone letteren. Leo Tolstoj schreef zelf, toen hem zijn eigen gevoelens nog niet zo duidelijk waren ... dagboek van een gek. En dat ging over hemzelf, toen zijn crisis begon in het posthuis van Arzamas.
Toen Dag Hammarskjöld verongelukt was in Afrika, vond men op zijn nachtkastje een dagboek. Het was zó erg religieus, dat het bureaucratische establishment van de de Verenigde naties niet graag zag dat het uitgegeven werd. Toen dat eenmaal toch gebeurde, was het een bestseller. Eruit blijkt een gang naar evenwicht, die regelmatig langs de rand van de afgrond liep. Een zeker radicalisme na een bekering is niet vreemd. Men ziet het ook bij gewone mensen. Kijk maar naar menig EO-jongere. Zoals het ook niet vreemd is het gevoel te hebben op de religieuze weg af te glijden naar het psychiatrische. En omgekeerd, afglijden in het psychiatrische kan soms een religieus symptoom zijn. Toen de schrijver Thomas Merton eenmaal dóór had wat zijn hyperventilatie-aanvallen op de Long Island Railroad betekenden, trok hij in een cisterciënser klooster. En direct daarna schreef hij zijn beroemdste boek, seven storey mountain.
Dan maar terug naar het gewone leven en zorgen dat we daarin het normale vasthouden. CNN heeft het er vandaag bij monde van zijn sprekende etalagepoppen over, dat Paris Hilton weer terug naar de gevangenis moet. Het grauw, dat niet eens meer de illusie wil wekken, dat het ergens over gaat in de media, werpt zich op haar als wilde honden. Ook vandaag: Poetin die Bush voor de gek houdt met een voorstel over raketten in Azerbeidzjan in plaats van in Polen, terwijl hij goed weet dat rakettenschilden er alleen maar zijn voor mensen, die menen dat oorlog een computerspel is.
George Bush gaat vandaag naar de paus, waar hij een betere beurt zal krijgen als bij de vorige, die hem, kromgetrokken als een oude olijfboom, twintig minuten lang de les las over Irak. De Vaticaanse diplomatie bereidt de ommezwaai al vóór. De kerk maakt zich vreselijke zorgen over de katholieken in Irak. En Bush zal erop antwoorden, dat hij zich ook vreselijke zorgen maakt over de katholieken in Irak. Maar daar ging het de vorige paus niet alleen om. Die maakte zich ook vreselijke zorgen om de Moslims in Irak, en om oorlog. De huidige paus voegt zich méér in de wereld. En de vraag is dus of de religieuze mens dat moet doen. Zijn voorganger deed dat niet. Die deed inderdaad soms een beetje gek ter ere Gods.
Op zichzelf is zo’n gevoel het openbare leven niet meer te kunnen volgen dus wel realistisch. Zo gek is het niet, maar het is toch een verleiding. De monniken, die de wereld in de steek lieten, hielden zich er niet lang mee bezig, wie of wat er nu wel of niet deugde. Zij zeiden meestal ... we deugen zelf niet, dus laten we maar ophouden over de wereld. Ze dachten aan de balk in het eigen oog en wilden de splinter in dat van de ander niet zien. Ons idee van collectiviteit en massamedia was hen vreemd. Zij zouden ons aanraden er gewoon mee op te houden, met die relatie met de medemens door de kabel of de ether. Zoals ooit Hillary Clinton eens zei tegen Kardinaal Ratzinger over televisie . .. turn the thing off. Dat is het enige wat helpt. Dus niet alleen maar vreselijk kritisch volgen, want dat helpt niet. Uitzetten.
Lekker ongecompliceerd TV-kijken lukt dus ook al niet meer. Als ik zó over alles denk, hoor ik er niet meer bij. Ik zal dan toch ook wel een beetje gek zijn. Op de religieuze weg is het gewone leven blijkbaar niet zomaar vast te houden. Anderzijds is religie natuurlijk niet slechts een compartiment van het leven. Het gaat over alles. Meer in het bijzonder levert zij een totaal andere visie op alle werkelijkheid, zelfs op het ordinaire waarnemen en kennen, terwijl die op het eerste gezicht niets met religie te maken hebben. Deze neiging tot expansie tot de hele persoon wordt door het Westen niet begrepen. Daarom snapt het bijvoorbeeld de Moslim ook niet.
De TV dus uit en dan? Wat dan juist vandaag te doen tegen mijn religieuze gekte? Eens niet fanatiek zijn en me maar scharen onder de vadsige, dikbuikige Kretenzers, zoals Paulus ze noemt, iets onbenulligs te gaan lezen, zwemmen en straks meteen een hele fles wijn bij de eerste vis? Dat is tenminste normaal en de schepping heeft tenslotte zin. Totale wereldverachting is een bron van groot onheil. Al in de oudheid beschrijft Sint Jan van de Ladder, Sint Johannes Klimakos, immers al een psychiatrisch ziekenhuis voor monniken in Alexandrië, die verongelukten aan het kloosterleven en er gek van waren geworden. Als men zich door de griezelige teksten heen werkt, gaat het hier vooral om een verwijtbare wereldverachting, die zich uitstrekt tot de persoonlijke relatie met mensen en een hele hoop verbeelding.
Gevaren zijn er dus genoeg. En voor geruststelling hoef je ook al niet naar de psychiater te gaan, want die ontvangt de religieuze mens doorgaans met wijdopen armen. Daarom kwamen de spirituele mensen uit de geschiedenis in hun crises ook niet veel bij de dokter, want ze voelden wel aan, dat die hun niet kon helpen. Naar de psychiater gaan we dus niet, want die noemt ons niet goed wijs en dat wilden we juist niet. Veel gekken hebben overigens gezegd, dat de dokter zelf gek was. Juist de psychiater kan daar goed tegen, want die maakt dat regelmatig mee. Daarom ga ik dat nu ook doen. Op religieuze mensen zijn vaak psychiatrische etiketten geplakt. Endogene depressies, hysterie, neuroses, onstabiele naturen, hyperventilatie, serotonine-stofwisselingsstoornissen, manisch-depressieve psychosen, enzovoorts. Niet dat deze mensen niet psychiatrisch te bezien zouden zijn, maar het resultaat van zoiets wordt meer bepaald door de visie van degene die kijkt dan door de vermeende ziekte van degene die bekeken wordt. Het zegt inderdaad meer over de dokter dan over de patiënt. Om dat te zien hoef je geen eigentijds filosoof te zijn. De moderne psychiatrie, als wetenschap, is meer een thermometer, gestoken in het deeg van de tijd, dan dat zij echt iets zegt over haar klanten. Mensen met religieuze ervaringen zijn niet gek. Deze ervaringen berusten op een werkelijkheid, die buiten het bereik van de wetenschap ligt, en de psychiater kan ze niet helpen. Dit kan niet genoeg worden benadrukt, want veel mensen moeten eronder lijden, dat dit niet wordt begrepen. Dus bij de psychiater krijgen we ons probleem ook niet opgelost en de gevaren van het religieuze bestaan blijven.
Wat moeten we dan wél doen om normaal te blijven? Ik ga niet onder deze olijfboom weg, voordat ik het weet. Desnoods eet ik niet. Er is wel een urgentie, want het geloof is ook een kattenluik; eenmaal erdoorheen kun je niet meer terug. Geloven is een sprong in het absolute duister ... aldus Søren Kierkegaard. Als het niet bevalt is het te laat. De uitweg uit dit dilemma is dus alleen maar vooruit. Maar als je niet weet waarheen vooruit is en ook niet meer terug kunt, zit je als een rat in de val.
Anderzijds zijn er in de spirituele litteratuur talloze geruststellingen voor de mensen, die de religieuze weg gaan. Als de mens hem op eigen kracht wil lopen, dan komt hij inderdaad in gevaar, maar als hij oprecht en nederig is, van goede wil, staat Jezus zelf garant voor een goede afloop. Dan kan hij nooit te ernstig of te vurig zijn. Non abbiate pauro ... heb geen angst ... zei Johannes Paulus II toen ze hem tot paus hadden gekozen en hij had het tegen zichzelf.
Het is waarschijnlijk simpel. We moeten bidden en goede werken doen. Maar dan wel fanatiek, met grote inzet en met de grote deugden voor ogen. Geloof, dat het zo moet, hoop, dat het ergens toe leidt en liefde als de motor van alles. Waar het leven natuurlijk toch alleen maar over gaat, is over de mensen om ons heen, die we direct kunnen zien. De toetssteen is het dagelijkse leven. Of dat nog lukt. Of wanneer dat wéér lukt. Want, inderdaad de schepping heeft zin. Dat is de beveiliging tegen het psychiatrisch ziekenhuis van Alexandrië en tegen overdrijven in de verkeerde richting.
En de goede werken hoeven niet zo groot te zijn. Ze kunnen niet groot zijn. De monniken in de sketische woes¬tijn vlochten manden, die ze elk jaar op oudjaarsdag opstookten om dan in het nieuwe jaar weer met nieuwe te beginnen. Nu vind ik dat ook weer overdreven. Ze hadden ze net zo goed af kunnen geven. Dag Hammarskjöld heeft tenslotte ook ingezien, dat zijn persoonlijke relatie met de mensen om hem heen er meer toe deed dan zijn inspanningen om Afrika onafhankelijk te maken. Paus Johannes Paulus II heeft de Polen vreedzaam van de communisten bevrijd? Onzin, hij heeft een groots persoonlijk geloofsgetuigenis afgelegd. Dat is zijn heiligheid.
Daarom gaan we maandag dan ook naar de antieke stad Gortys, naar de basiliek van Titus, één van de leerlingen van Paulus. Het is daarbij nog een kleine bedevaart, want de echtgenote van Ahmed, mijn administrateur, moet nu na honderd rijlessen eindelijk eens slagen voor haar rijbewijs. Het zal wel lukken, want daarboven vinden ze het niet erg dat ze Moslim is. Of ik vraag om bemiddeling aan de nieuwe Limburgse heilige, pater Karel Houben. Die lijkt ook niet flauw wat dat betreft.
Carlos Mesters zegt vanuit de bevrijdingstheologie ... ik wil dat Gelaat zien dat me zo aanstaart en aantrekt vanuit de brokstukken van het leven. Ik ga meedoen, en proberen dat verscheurde leven weer heel te maken. Ik wil dat Gelaat zien dat me zo aantrekt. Het Gelaat wordt weer zichtbaar en komt tot leven aan de zelfkant van de maatschappij. In het gelaat van de medemens kun je God leren kennen en je eigen zelf. In dit streven maakt de grootste ernst je nog niet gek. Een Christen hoeft zich niet af te vragen of hij wel aan de overkant komt. Hij hoeft zich geen zorgen te maken over wie de veerman betaalt, zoals de arme Grieken hier, die Charon moesten betalen om over de Styx te komen. Ik zag het eergisteren nog in het archeologisch museum van Athene. Hoe toch de tragedie van de Griekse cultuur ervan afstraalt en zijn onafwendbare ondergang.
Gelukkig, ik ben eruit gekomen onder de olijfboom. Wat mijzelf betref, lang spreekuur doen op lastige dagen en ‘s nachts op pad, dat zijn mijn sprinkhanen en wilde honing, dat is mijn ascese. Een voorlopige conclusie weliswaar, maar zij is toch voldoende om nu lekker te gaan eten in Elounta. Een halve fles witte wijn, een daurade, wat sardientjes, brood, rijst in druivenbladeren bij die aardige restauranthouder aan de kade, waar de televisieserie wie betaalt de veerman is opgenomen. Vader heeft de vis vanmorgen nog gevangen. En dat hij me daarna nog ongevraagd een Metaxa brengt, daar kan ik ook niks aan doen. Om het contact met de werkelijkheid maar niet te verliezen.
Olijfboom, dank je wel. Het zit dus weer goed. De onrust en de ernst, die er wél zijn, gaan over dat ene wat Søren Kierkegaard zei en dat mag en dat moet ... wat je dan moet doen is dit onvoorwaardelijk aan jezelf bekennen, zodat je boven alles de nederigheid bewaart en angst en beven in relatie met wat het werkelijk betekent Christen te zijn ... en hij vervolgt dan met de onsterfelijke woorden ... want langs deze weg is het dat je moet gaan om te leren ... terug te vallen op genade op een manier, dat je die niet vergeefs aanneemt, en - in Gods naam - ga naar niemand toe om gerustgesteld te worden.

Wim Beurskens